De rolverdeling

Aan het programma UDG doen verschillende partijen mee: het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), EBN, TNO en vijf consortia.

De vijf consortia

Binnen het programma UDG zijn vijf consortia verenigd:

De consortia zijn verdeeld over drie geologische regio’s: Noord (Leeuwarden), Midden (Utrecht, Renkum, Oost-Brabant) en Zuid (Schiedam, Rotterdam). Samen hebben zij het doel om binnen afzienbare tijd op verschillende locaties in Nederland UDG-projecten te starten.

De consortia die onderdeel uitmaken van het programma Ultradiepe Geothermie zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van hun eigen ultradiepe geothermieproject en dragen gezamenlijk ten minste 50% van de Exploratie-werkprogrammakosten. De consortia zoeken zoveel mogelijk de samenwerking met de andere partners en beoogde ultradiepe geothermieprojecten.

De rol van EBN

EBN is een verbinder in de energietransitie en heeft diepgaande kennis van de Nederlandse ondergrond. EBN is de coördinator van het programma UDG en bevordert dat kennis en ervaring uit dit onderzoeksproject wordt gedeeld.

De uitkomsten van de UDG-studies worden ook meegenomen in de InterReg studie DGE RollOut. Hierin worden de mogelijkheden voor ultradiepe geothermie in internationaal verband bestudeerd.

De rol van EZK

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) stelt tot maximaal 50% van de totale financiering beschikbaar voor het Exploratie-werkprogramma van het programma Ultradiepe Geothermie.

De rol van TNO

De Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) heeft de ambitie om samen met kennisinstellingen, bedrijven en de overheid, de energietransitie te versnellen. TNO stelt haar kennis en expertise vanuit een brede en innovatieve kennisbasis van de ondergrond en ondergrondtechnologie beschikbaar als bijdrage aan het Exploratie-werkprogramma.