Home Nieuws Warmtetransitie is ook een sociale opgave: betaalbare warmte voor iedereen

Warmtetransitie is ook een sociale opgave: betaalbare warmte voor iedereen

Foto van Maureen van Eijk en Eveline Rosendaal
Achtergrond

Een collectief warmtenet aanleggen in een steeds individualistischere wereld kent veel uitdagingen. Toch moet het, want gemeenschappelijke netten spelen een sleutelrol in de warmtetransitie. “We leven in een sámenleving. Daarin kun je niet alleen aan jezelf denken”, zegt Eveline Rosendaal, manager business development warmtetransitie bij Energie Beheer Nederland (EBN).

Eveline ziet net als Maureen van Eijk, directeur van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW), dat individuele warmtepompen als paddenstoelen uit de grond schieten. Op zich is het mooi dat huiseigenaren een stap zetten op het gebied van duurzaamheid en afscheid nemen van aardgas. Toch schuilt er ook een risico in al die losse warmtepompen, vindt Maureen: “In gebieden waar veel mensen al een warmtepomp hebben aangeschaft, wordt het steeds ingewikkelder om een warmtenet aan te leggen. Want mensen met een warmtepomp willen niet meer meedoen aan zo’n collectieve oplossing. Dit betekent dat de kosten voor een warmtenet per huishouden hoger worden, terwijl vaak de mensen die het niet zo breed hebben afhankelijk zijn van collectiviteit. Daarom is het belangrijk dat gemeenten aangeven in welke wijken ze de mogelijkheid tot warmtenetten komende jaren onderzoeken.

Foto van Maureen van Eijk
Afbeelding van dubbele accent

Het wordt spannend wat de uitslag van de verkiezingen uiteindelijk betekent voor de warmtetransitie

Maureen van Eijk

Directeur NPLW

Ieder individu is onderdeel van het collectief

Daarmee is de warmtetransitie ook een sociale opgave, legt Eveline uit: “De warmtepomp lijkt een individuele oplossing, voor jezelf. Maar vergeet niet dat ook een warmtepomp aan een collectief elektriciteitsnet hangt en misschien, als die hybride is, ook nog aan het gasnet. Daarmee leidt een individuele warmtepomp tot een collectief vraagstuk. Want gaan we het gasnet straks in stand houden voor een paar hybride pompen? Gaan we het elektriciteitsnet verzwaren voor al die all-electric warmtepompen? Of besluiten we om die miljarden euro’s in een collectief warmtenet te stoppen?”

Het NPLW ondersteunt gemeenten in hun regierol bij het verduurzamen van woningen en gebouwen. ‘Van het gas af’ is daarbij een belangrijke component. Het NPLW bestaat sinds 1 januari 2023 en is een samenvoeging van het Programma Aardgasvrije Wijken en het Expertise Centrum Warmte.

Transitie is onomkeerbaar

Maureen: “Het afgelopen jaar zijn we bij alle 342 gemeenten op bezoek geweest om te horen wat er speelt, welke ondersteuningsbehoefte ze hebben en waar ze staan in de transitie. Je ziet dat gemeenten door corona en de oorlog in Oekraïne vertraging hebben opgelopen. Veel gemeenten hadden tijdens de bestrijding van de pandemie andere prioriteiten. En vanwege de door de oorlog gestegen energieprijzen richtten gemeenten zich vooral op energiebesparing bij inwoners.”

Daar komt nu een verkiezingsuitslag bij met zetelwinst voor een aantal partijen dat kritisch is op het klimaatbeleid. “Het wordt spannend wat de uitslag van de verkiezingen uiteindelijk betekent voor de warmtetransitie. De transitie vergt middelen. En daar hebben we het klimaatfonds voor. Als je daaraan gaat tornen, wordt het wel ingewikkelder”, verwacht Maureen.

Tegelijkertijd ziet Eveline dat de energietransitie onomkeerbaar is. “Er zijn al zo veel burgers en bedrijven hard bezig met de transitie. Die hebben de route ingezet en gaan daar gewoon mee door. We moeten het kantelpunt nog bereiken. Maar er komt een moment dat de kosten voor het in stand houden van het gasnet per gebruiker hoger worden dan voor aansluiten op een toekomstbestendig warmtenet, simpelweg omdat de komende jaren steeds minder gebouwen een gasaansluiting hebben.

Startmotor voor de transitie

Daarbij is de kans aanwezig dat bewoners van sociale huurwoningen als eersten overgaan op collectieve warmtenetten. Woningbouwcorporaties zijn de startmotor voor de warmtetransitie, legt Maureen uit: “Voor een warmtenet heb je warmtevraag nodig, dat kan variëren van een groot gebouw tot 5.000 tot 7.000 woningen bij aardwarmte als bron. Sociale woningbouw bestaat vaak uit een groot aantal woningen dicht bij elkaar. Die appartementen en huizen zijn in eigendom van de corporatie, dus heb je als gemeente en warmtebedrijf te maken met slechts één eigenaar die ook nog eens graag naar de lange termijn kijkt. Dat werkt een stuk sneller dan een wijk met allemaal individuele huiseigenaren.”

Afbeelding van dubbele accent

We hebben dus haast, maar we moeten reëel zijn

Eveline Rosendaal

Manager business development warmtetransitie - EBN
Foto van Eveline Rosendaal

Vanwege de schaal is het aanlokkelijk om bij de warmtetransitie alle pijlen te richten op de dichtbevolkte grote steden. Het NPLW doet dat heel bewust niet, zegt Maureen. “We richten ons ook op de kleine gemeenten. Natuurlijk zijn warmtenetten lastiger te realiseren in gemeenten met veel landelijk gebied. De woningen staan daar verder uit elkaar. Maar ook daar moeten woningen uiteindelijk van het gas af. Warmtepompen zijn dan toch een optie, maar je ziet ook vaak dat de netcapaciteit niet toereikend is. Het is belangrijk dat gemeenten samen met andere partijen blijven zoeken naar wat dan wél komende jaren mogelijk is. Door innovatie ontstaan er steeds nieuwe mogelijkheden.

Leren van projecten

Over ruim 25 jaar wil Nederland van het gas af zijn. We hebben dus haast, maar we moeten reëel zijn, vindt Eveline: “Het is ook een kwestie van capaciteit. We hebben te weinig mensen om de warmtetransitie in elke gemeente tegelijk te doen. We moeten het over de jaren uitsmeren, planmatig werken en accepteren dat er ook gemeenten zijn die pas in 2049 overgaan. Kijk naar Denemarken. Daar zijn ze al veertig jaar bezig met de uitrol van warmtenetten. Ze zitten nu op 80%. Maar ze hebben in die jaren veel geleerd, de schaal vergroot. En het is goedkoper geworden. Zo zal het de komende 25 jaar ook in Nederland gaan.”

Leren van de projecten die al lopen. Dat is essentieel voor de versnelling, vindt ook Maureen: “We moeten niet allemaal hetzelfde wiel uitvinden. Zaken die fout gaan bij het ene warmtenetwerk hoeven niet meer verkeerd te gaan bij het volgende netwerk”. Leren van elkaar, daar ligt de rol van het NPLW. Informatie bij elkaar krijgen uit eerdere ervaringen en die beschikbaar maken. Wij bieden kennisproducten zoals de recent gepubliceerde handreiking uitvoeringsplan, waarmee we gemeenten helpen een beschrijving te maken van de wijze waarop ze een wijk aardgasvrij willen maken. Maar we koppelen ook kennispartijen en ervaringsdeskundigen aan gemeenten die hier behoefte aan hebben.
En Maureen vindt dat fouten maken mag. “Dat hoort bij deze fase. In een transitie zet je soms twee stappen vooruit en dan weer een stap achteruit. Het is daarbij wel belangrijk om een wenkend perspectief te bieden: je krijgt een betere, duurzamere wereld. En je moet weten wat er gebeurt als je vasthoudt aan gas – niet alleen met het klimaat, maar ook met het land. Als we warmte betaalbaar en beschikbaar willen houden, moeten we optimaal gebruik maken van warmtenetten met verschillende bronnen zoals aardwarmte, restwarmte, aquathermie en al die andere mogelijkheden die we hier in eigen land hebben.”

Blik op de toekomst

Veel gemeenten voelen de urgentie en willen graag beginnen aan de transitie, vertelt Eveline: “Aardwarmte is een mooie oplossing, maar niet overal in Nederland beschikbaar. Soms is een gemeente zelfs ronduit teleurgesteld als we zeggen dat aardwarmte niet kan, omdat bijvoorbeeld de ondergrond ongeschikt is.”

Maureen: “Of je ziet dat een warmtebron al door meerdere gemeenten is toegeëigend, terwijl de bron voor dat aantal niet genoeg capaciteit heeft. Dan moeten de gemeenten met elkaar in gesprek: wie krijgt wat? Maar uiteindelijk is het positief als er een gemeente teleurgesteld is, want die gemeente heeft de blik al gericht op de toekomst”.

Afbeelding van dubbele accent

Achtergrond: hoe verduurzamen we de warmtevoorziening?

Warmte. Zo’n 40% van alle energie die we in Nederland gebruiken, wordt ervoor ingezet. Dus als we onze warmte verduurzamen, versnellen we de energietransitie. Maar wat is de beste manier om dit aan te pakken? Ieder voor zich aan de warmtepomp? Of samen op een collectief warmtenet? In een serie van vier achtergrondartikelen in het kader van De Week van de Warmtetransitie pleiten deskundigen vurig voor het laatste. Vier verhelderende gesprekken over wetgeving-in-de-maak, een toolkit voor gemeenten, innovatie die leidt tot kostendaling – én de ethische waarde van het warmtenet. Dit is het eerste artikel in de serie van vier.