Home Nieuws Dag van de Warmtetransitie: uitdagingen én lessen

Dag van de Warmtetransitie: uitdagingen én lessen

Tekst: welkom bij de dag van de warmtetransitie
Achtergrond

“Buiten is het grijs, maar hierbinnen is het warm.” In de volle Hertz-zaal van het Utrechtse TivoliVredenburg opende Yolande Verbeek op 13 december de Dag van de Warmtetransitie. De chief operating officer van Energie Beheer Nederland (EBN) gaf zo de aftrap voor een levendige uitwisseling van kennis, lessen en best practices voor verduurzaming van de warmtevoorziening. De centrale vraag: hoe versnellen we die transitie?

Vraagt Yolande aan vrienden en familie wat warmte voor hen betekent, dan staat geborgenheid op nummer één. “Vraag je het aan experts – zoals in de reeks artikelen die EBN publiceerde rond de Dag van de Warmtetransitie – dan gaat het over dilemma’s. Zoals: kiezen we individuele of collectieve oplossingen? Het woord ‘radicaal’ kwam ik niet tegen. Jammer, want daar hou ik juist van. Dingen in beweging krijgen.”

Die beweging is niet vanzelfsprekend, constateert Yolande. De gemeente Den Haag bijvoorbeeld “drukte net op de pauzeknop” voor de aanleg van warmtenetten die tienduizenden woningen van het gas kunnen helpen. Stilstand is achteruitgang. “We moeten de play-knop weer vinden. En daar is radicaliteit voor nodig. Ga dus vandaag verder dan het sociaal-wenselijke antwoord. Interacteer en inspireer elkaar om samen verder te gaan.”

Maak collectieve warmte goedkoper voor bewoners

Aan mensen als Lot van Hooijdonk zal het niet liggen. De strijdbare Utrechtse wethouder, die onder andere energie in de portefeuille heeft, gelooft heilig in warmtenetten. Al ondervindt ook zij dat de bouw daarvan niet makkelijk is. “In Overvecht-Noord, onze proeftuin, zijn we sinds 2018 bezig, maar de ontwikkeling komt moeizaam op gang. Het is vooral een puzzel om de businesscase sluitend te maken. We krijgen de dekking gewoon niet rond. En bewoners zijn met collectieve warmte duurder uit dan met aardgas. Zij ervaren dus geen voordelen.”

 

Afbeelding van dubbele accent

Collectieve warmte moet snel goedkoper worden dan het ongewenste alternatief

Lot van Hooijdonk

Wethouder Utrecht
Foto van Lot van Hooijdonk

Het voelt voor de wethouder “alsof we een rotsblok de heuvel op moeten rollen”. Toch vindt ze collectieve warmtenetten de beste keuze. “Alleen al gelet op de maatschappelijke kosten. Denk aan aanpassing van de energie-infrastructuur en in woningen. Maar hoe langer we wachten, hoe duurder collectieve oplossingen worden. Als we niets doen, kiezen mensen namelijk voor een individuele oplossing, zoals een warmtepomp. We moeten dus meewind creëren, zorgen dat de maatschappelijk beste optie ook voor bewoners de beste keuze wordt. Collectieve warmte moet snel goedkoper worden dan het ongewenste alternatief.”

Betrek bewoners – al of niet financieel

Maatschappelijk draagvlak is een belangrijke voorwaarde voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Hoe zorgen betrokken partijen voor voldoende steun en acceptatie? In de Hertz-zaal reflecteerden drie gasten op deze vraag – ieder vanuit een ander perspectief. Irmgard Jansen van de gemeente Den Haag gelooft in samenwerking met bewoners. “Van hulp bij collectieve inkoop van warmtepompen tot samen kijken hoe mensen zich kunnen voorbereiden op een warmtenetaansluiting. Om met bewoners in gesprek te komen, moet je wel een heldere propositie hebben. Daar werken we nu aan.”

Serge Santoo kent als directeur van adviesbureau Polycentric het perspectief van warmtebedrijven. Bewoners bij de plannen betrekken, dat hóórt simpelweg bij het werk van deze bedrijven, zegt hij. “We moeten het samen met hen doen. Maar dit hoeft niet altijd in de vorm van financiële betrokkenheid. Rechtvaardigheid gaat voor alles – het mag niet zo zijn dat bewoners met de diepste zakken de grootste stem krijgen.”

Volgens Gerwin Verschuur van Energie Samen (koepel van energiecoöperaties) gaat het erom dat bewoners zeggenschap hebben. “Dat ze niet alleen afnemer zijn, maar ook mede-bedenker en medeverantwoordelijke van het warmtenet. Dan draag je een project echt samen. Daarvoor volstaat ook een klein financieel aandeel. Investeren anderen meer? De coöperatiestructuur zorgt dat zelfs de kleinste stem vertegenwoordigd is.”

Houd rekening met verschillen per woning

Volloop. Dat is in de Hertz-zaal het kernwoord: het percentage woningen dat wordt aangesloten op een warmtenet. Gelet op de grote investeringen die collectieve warmtenetten vergen, is het belangrijk dat zoveel mogelijk eigenaren meedoen. Of ze hiertoe bereid zijn, hangt voor een belangrijk deel af van wat zo’n aansluiting achter de voordeur kost. Daar moet veel gebeuren, zegt Wouter van den Wildenberg, managing director Fakton Energy. “Gaten boren, afleverset plaatsen, leidingen trekken, gasfornuis eruit. Soms ook isoleren en zonnepanelen plaatsen.”

Foto van Henry Terlouw
Afbeelding van dubbele accent

Kijk alleen al naar de cv-ketel. Bij de ene woning hangt die op zolder, bij de andere op de begane grond, bij weer een andere in de schuur.

Henry Terlouw

Hoofd strategie en beleid energietransitie gemeente Den Haag

Den Haag – de gemeente van de pauzeknop – gelooft net als Utrecht nog steeds in het warmtenet. Maar de gemeente liep er wel tegen aan dat het ingewikkeld is om kosten van huisaanpassing te inventariseren, door de grote verschillen per woning. “Kijk alleen al naar de cv-ketel”, zegt Henry Terlouw, hoofd strategie en beleid energietransitie van de gemeente. “Bij de ene woning hangt die op zolder, bij de andere op de begane grond, bij weer een andere in de schuur. En we praten hier over tienduizenden woningen.”

Bied huiseigenaren inzicht en keuzevrijheid

In de Rotterdamse wijk Heindijk gaat het om honderden woningen. Een stuk compacter dus, maar toch: 73 procent van de huiseigenaren heeft interesse in aansluiting op een warmtenet. Hoe de gemeente hen meekreeg? “Goed luisteren”, zegt Lydia Hameeteman, strategisch adviseur energietransitie bij de gemeente. “In kwalitatief onderzoek hebben we achterhaald wat hun belemmeringen waren en hoe we die konden wegnemen. Mensen wilden inzicht in de opties, de kosten en het werk in hun woning – én vrij zijn om te kiezen. We hebben alles in beeld gebracht en vervolgens de aansluitmethodes samen met de bewoners bepaald.”

Ook Wouter gelooft in duidelijkheid, net als Wendy Dubbeld, programmamanager van Stichting Warmtenetwerk. Zij pleiten voor een integrale propositie, een soort menukaart. Met daarop per type woning in beeld wat het kost om in één keer alles te laten doen wat er nodig is om die aan te sluiten. En, vult Wendy aan: “Vooraf helder aangeven wat je in jouw gemeente allemaal gaat doen, wanneer de wijk van de huiseigenaar aan de beurt is, wat er wel en niet mogelijk is en dus ook het financiële plaatje.”

Begin je project klein, en bouw het bij succes uit

Regionaal samenwerken bij de ontwikkeling aardwarmte: is dat nodig of nodeloos complex? Die vraag houdt blijkbaar veel deelnemers bezig. Vrijwel alle stoelen in de Pandora-zaal zijn bezet als Danielle Valkenburg haar ervaringen bij de gemeente Helmond deelt. “Samen met andere gemeentes besloten we in 2014 tot de ontwikkeling van aardwarmtebronnen”, zegt ze. “We wilden snel aan de slag, maar dat bleek lastiger dan gedacht. Het doel om binnen vijf jaar vijf bronnen te hebben, hebben we niet gehaald. Enerzijds doordat het tijdpad van de verschillende betrokken partijen niet synchroon liep, anderzijds door technische uitdagingen in de bodem.” .” De betrokken partijen werken nu samen aan een actieplan om de ontwikkeling van bronnen alsnog te versnellen.

Dan naar Noord-Holland en Flevoland. Frank Schoof van de Metropoolregio Amsterdam vertelt hoe negentien partijen in 2019 vrijblijvende afspraken maakten voor versnelling van aardwarmteontwikkeling. “We informeerden en bevroegen elkaar, organiseerden webinars voor voorlichting, begeleidden en benutten SCAN-onderzoek, en ontwikkelden gezamenlijke producten. Denk aan een routekaart, en een handreiking voor gemeenten.” Nu geldt aardwarmte in de MRA als een erkende bouwsteen voor de warmtetransitie en zijn de eerste projectteams gestart.

De twee cases laten zien dat regionale samenwerking bewerkelijk kan zijn. De meningen onder de deelnemers zijn dan ook verdeeld over de vraag hoezeer zo’n samenwerking nodig is als je aardwarmtebronnen wilt ontwikkelen. Sommigen neigen naar het snel en simpel uitvoeren van kleinere projecten, zonder veel afstemming op allerlei niveaus. Behaal je succes, zo vinden zij, dan kun je de bronnen of het netwerk uitbreiden op regionaal niveau. Verder denken veel aanwezigen dat een “sterke dirigerende hand” kan helpen bij de afstemming, en dat een ervaren publieke operator nodig is voor de uitvoering van de bronnen.

Gewijzigde Mijnbouwwet: passende vergunningverlening

Wat moet je als gemeente weten over de gewijzigde Mijnbouwwet voor aardwarmte en vergunningverlening? Die vraag beantwoorden Sophie Smits en Jaccomien van Beek, van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), in de Pandora-zaal. “In 2003, toen de Mijnbouwwet werd opgesteld, stond aardwarmte nog in de kinderschoenen”, zegt Jaccomien. “Met de opkomst van geothermie ontstond behoefte aan een zelfstandige vergunningensystematiek.” Belangrijke kernpunten van de gewijzigde wet, die in juli van kracht werd: initiële vergunningen kennen een korte looptijd, de warmtevraag is leidend en aardwarmte moet veilig en verantwoord worden ontwikkeld. Verder moet kennis goed worden gedeeld en vastgelegd – hierin heeft EBN een rol.

Afbeelding van dubbele accent

Wat zwaar weegt, is in hoeverre het initiatief past binnen lokaal en regionaal beleid

Sophie Smits

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Foto van Sophie Smits

Ook aanvragen van vóór 1 juli worden behandeld volgens de nieuwe wet, vertelt Sophie. “Niet in alle situaties is voorzien, dus is het soms even zoeken naar oplossingen.” Het zwaartepunt bij de toetsing ligt op de startvergunning. De aanwijzing van een uitvoerder is een losstaande procedure. Op die manier kan een gemeente vergunninghouder zijn en een derde partij inzetten als uitvoerder. Voor de vervolgvergunning geldt geen vaste termijn en wordt er toetsing gedaan op een specifiek project.” Nieuw is verder dat de Mijnbouwwet rangschikkingscriteria bevat voor concurrerende aanvragen. “Wat zwaar weegt”, zegt Sophie, “is in hoeverre het initiatief past binnen lokaal en regionaal beleid.”

Nieuwe Warmtewet: gebouwen sneller verduurzamen

In de Hertz-zaal gaan veel handen omhoog als Anne Melchers van het Ministerie van EZK vraagt wie er meer wil weten over de nieuwe Wet collectieve Warmte (Wcw). Anne legt uit dat de oude wet niet meer voldeed. “Gemeentes hadden bijvoorbeeld te weinig bevoegdheden om te sturen. De Wcw, die nu bij de Raad van State ligt voor advies, moet verduurzaming van de gebouwde omgeving versnellen.”

Belangrijk onderdeel van de wet, vertelt Femke Heine (ook van het Ministerie), is dat de gemeente bepaalt of in een kavel een collectieve warmtevoorziening komt en welk warmtebedrijf die voorziening gaat uitvoeren. “Dit bedrijf, dat de plicht heeft om deze taak uit te voeren, krijgt een publiek meerderheidsbelang. De minister vindt dit belangrijk, omdat het bij warmte gaat om een dienst met een essentiële maatschappelijke functie.” Een andere vernieuwing die in het oog springt, is dat tarieven straks worden gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten. Na een overgangsperiode moeten de tarieven in 2033 definitief zijn. “Verder wordt, om gemeenten te helpen, een Waarborgfonds Warmtenetten uitgewerkt. Ook wordt onderzocht of een nationale deelneming ondersteuning kan bieden op organisatorisch vlak.”

Aardwarmteprojecten: uitdagend én succesvol

Exploratiemanager Charlotte de Wijkerslooth van duurzame-energiebedrijf HVC deelt de resultaten van boringen bij Maasdijk en Polanen, in Westland. “Bij Maasdijk ging het om zes stuks. Ondanks technische uitdagingen die de kosten opdreven, hebben we ze succesvol afgerond. De eerste putten leverden zoveel data op, dat we bij de resterende putten minder nodig hadden. Uit de putten in Polanen wist HVC zelfs boorkernen te trekken, die TNO nu gaat bestuderen.”

De volgende stap voor HVC? Charlotte: “In Maasdijk en Polanen kijken we vooral naar aardwarmte als warmtebron voor tuinders. In de toekomst willen we ons ook richten op de gebouwde omgeving. Een plek met specifieke uitdagingen, alleen al op technisch gebied. Denk aan het aanleggen van warmtenetten en het boren van putten.”

Foto van Walter Eikelenboom
Afbeelding van dubbele accent

Maar ook hier zijn we erin geslaagd om een doublet af te leveren

Walter Eikelenboom

Manager subsurface bij Aardyn

Van het Westland is het niet ver naar Delft. Walter Eikelenboom van aardwarmteontwikkelaar Aardyn en Beer van Esser van de TU Delft vertellen dat ze daar succes boeken. “Net als in Westland kregen we te maken met technische uitdagingen die tot extra kosten hebben geleid”, zegt Walter. “Maar ook hier zijn we erin geslaagd om een doublet af te leveren.” En we hebben veel geofysische data en boorkernen naar boven gehaald, vult Beer aan.

Wacht nog even met lithiumwinning

Dan gaat de schijnwerper op lithium, het kostbare aardmetaal dat een belangrijke rol speelt in de energietransitie. Hans van ’t Spijker van advies- en ingenieursbureau Witteveen+Bos vertelt dat de EU de levering van grondstoffen wil waarborgen. “Lithiumwinning uit geothermisch water is een alternatieve en schone methode die hierbij kan helpen.” Helaas blijkt de concentratie lithium in het water bij de huidige Nederlandse geothermieprojecten relatief laag. “En de kosten om het metaal te winnen dus simpelweg te hoog.”

Hans denkt dat het verstandig kan zijn om te kijken naar de lithiumconcentraties in andere geologische lagen. “En naar concentraties van andere belangrijke grondstoffen.” Als de marktprijs stijgt kan lithiumwinning in Nederland volgens hem alsnog worden overwogen. “Ook schaalvergroting, marktomstandigheden of nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen de haalbaarheid positief beïnvloeden.”

Aardwarmte en SCAN

Praat je over de warmtetransitie, dan komen de woorden ‘aardwarmte’ en ‘SCAN’ al snel voorbij. Maar waarover gaat het dan precies? Eveline Rosendaal, geoloog en manager business development EBN, doet het in de Punt-zaal uit de doeken.

Eveline vertelt dat 41 procent van de Nederlandse energiebehoefte bestaat uit warmte. “Aardwarmte is een manier om deze warmte duurzaam op te wekken. Diep in de ondergrond, in poreuze zand- en gesteentelagen, zit warm water. Aardwarmte wordt gewonnen uit dit water. De warmte gaat vervolgens via warmtenetten naar gebruikers voor de verwarming van bijvoorbeeld woningen.” In 2050 kan volgens Eveline 25 procent van de huishoudens worden verwarmd met aardwarmte. In de tuinbouw loopt dit op tot 50 procent.

Afbeelding van dubbele accent

Het is dus belangrijk dat je een bronnenmix ontwikkelt, en een bronnenstrategie voor de lange termijn

Eveline Rosendaal

Manager business development warmtetransitie - EBN
Foto van Eveline Rosendaal

Het SCAN-programma onderzoekt waar de ondergrond in Nederland mogelijk geschikt is voor de winning van aardwarmte, zegt Eveline. “Doel is om data verzamelen in de zogeheten witte vlekken: plekken in de Nederlandse ondergrond waarover we nog weinig informatie hebben. Dit gebeurt met nieuw seismisch onderzoek, herbewerking van bestaande seismische data en onderzoeksboringen.” SCAN is een initiatief van EBN en wordt uitgevoerd met TNO.

De gegevens die het programma oplevert, zijn publiek. Gemeentes kunnen ze gebruiken om beter in te schatten waar kansen liggen voor duurzame projecten. “Let wel op”, zegt Eveline. “Het gaat om regionale data. Als gemeente moet je regionaal samenwerken met omliggende gemeenten, binnen RES-regio’s en provincies om de data te interpreteren en regionale potentiestudies uit te voeren.” Ook heb je naast aardwarmte andere bronnen nodig. Het is dus belangrijk dat je een bronnenmix ontwikkelt, en een bronnenstrategie voor de lange termijn.”

Onderzoeksboring in Amstelland toont reservoir aan

Marten ter Borgh, geoloog en onderzoeksleider bij SCAN praat de deelnemers bij: “De operaties van de Amstelland-onderzoeksboring verlopen voorspoedig. We hebben de einddiepte van de boring bereikt op 2.227 meter en alle geplande data-acquisitie tot nu toe met succes uitgevoerd.”

“We vonden er meer dan 100 meter Rotliegend-zandsteen en met de productie- en injectietest toonden we een permeabel, oftewel doorlatend, reservoir aan”, vertelt Marten. “Maar pas als we de interpretaties van de injectietest hebben gedaan, kunnen we iets zeggen over de reservoirkwaliteit.” Voor updates over de data uit de Amstelland-boring verwijst hij naar de website van SCAN. De volgende boring? Die vindt plaats in het Brabantse Moerdijk.

foto van johannes rehling
Afbeelding van dubbele accent

Voor het verzamelen van 1.837 kilometer aan nieuwe seismische data bezochten we in totaal 164 gemeenten

Johannes Rehling

Geophysicist bij EBN

Vijf jaar onderzoek in cijfers

Er volgen meer cijfers als Martens collega, senior geophysicist Johannes Rehling, terugblikt op vijf jaar SCAN. “Voor het verzamelen van 1.837 kilometer aan nieuwe seismische data bezochten we in totaal 164 gemeenten”, zegt hij. “We verstuurden 135.000 brieven aan omwonenden en vroegen én kregen toestemming van zo’n 6.200 landeigenaren.” Bijzonder is volgens Rehling dat SCAN ook het water op ging om nieuwe data te verzamelen. “Hiervoor plaatsten we onze SCAN-tractor op een ponton, dat we duwden met een sleepboot.”

Het SCAN-programma herbewerkte ook 2D op land verzamelde seismische vintagedata. In totaal ging het om 451 2D-seismische lijnen met een totale lengte van 7.504 kilometer. Rehling: “Hierbij ging vooral veel tijd zitten in het opdiepen van gegevens uit oude archieven. Daar zijn we meer dan 6.500 uur mee bezig geweest. Uitgedrukt in fte is dat 3,5 jaar!”

Data verrijken kennis van de ondergrond

Kennis over de ondergrond inzetten voor de maatschappij, dat is de taak van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO. De dienst maakt gebruik van SCAN-data, legt Johan ten Veen van TNO uit in de Punt-zaal. “Als gebruikers zijn we erg blij met deze gegevens. Ze zijn van hoge kwaliteit en echt een belangrijke toevoeging aan onze Nederlandse ondergrondkennis.”

De Geologische Dienst incorporeert de seismische data van SCAN in de bestaande ondergrondmodellen van Nederland, vertelt hij. “Denk aan digitale geologische modellen, ThermoGIS en regionale modellen.” In de toekomst maakt de dienst ook vaker regionale updates beschikbaar, verwacht Ten Veen. “Daarnaast zullen we meer detail aanbrengen in de ondergrondmodellen en inzicht bieden in de verbreiding en aanwezigheid van reservoirs.”

Afbeelding van dubbele accent

Volgens TNO leven 600.000 huishoudens in energiearmoede

Herman Exalto

Business unit director Warmtetransitie bij EBN
Foto van Herman Exalto

Grijp de kans om levens te verbeteren

In een afsluitend betoog zegt Herman Exalto van EBN dat hij best begrijpt dat het in veel verhalen en discussies ging ‘over businesscases en financiën’. Maar de business unit director Warmtetransitie wijst ook graag op de maatschappelijke waarde van warmte. “Volgens TNO leven 600.000 huishoudens in energiearmoede. Ze wonen in slecht geïsoleerde woningen, hebben een laag inkomen en zetten de thermostaat ’s winters op een lage temperatuur, wat leidt tot een slechte gezondheid. De warmtetransitie biedt kansen om de levens van deze mensen te verbeteren.”

Dit vraagt volgens Herman om een andere kijk op investeren. “Ons denken is zo gevormd dat we op korte termijn een positief rendement tegen een laag risico willen. Als de Nieuwe Waterweg met die instelling was gegraven, was hij nooit zo breed en diep geweest en was de Rotterdamse haven nooit een van de grootste ter wereld geworden.” Hij roept op om samen met EBN te bouwen aan collectieve warmtenetten met grote maatschappelijke waarde. “Is dat niet dé manier om het draagvlak voor de energietransitie te vergroten?”