‘Aardwarmte heeft de gunfactor’

“In de energietransitie gaat het over langdurige ontwikkelingen met forse investeringen. Er moeten nu keuzes gemaakt worden terwijl we nog niet alle oplossingen weten. De overheid heeft daar een belangrijke rol in te spelen”, zegt Prof Dr. Ir. Jan Dirk Jansen, decaan en hoogleraar Reservoir Systems and Control bij de TU Delft. Eveline Rosendaal, teamlead marktontwikkeling Geo-Energie bij EBN, sprak hem over de rol van aardwarmte in de energietransitie en over zijn lidmaatschap van de Mijnraad. 

Kennis van de ondergrond in Nederland

Eveline Rosendaal: TU Delft en EBN zijn samenwerkingspartners in de ontwikkeling van een onderzoeksproject met een aardwarmtedoublet voor de verwarming van de TU Delft campus.  Aardwarmte in Nederland wordt gezien als een duurzaam en betrouwbaar alternatief voor aardgas. EBN zet zich met haar kennis en expertise van het ondernemen in de Nederlandse ondergrond in voor het versterken en versnellen van de ontwikkeling van aardwarmte. Sinds vorig jaar nemen wij financieel deel in aardwarmteprojecten.

Hoe ziet u de economische rol van aardwarmte in Nederland?

Jan Dirk Jansen: Technisch gezien is aardwarmte op 2 tot 3 kilometer diepte heel interessant en juist met de kennis van de ondergrond in Nederland een voor de hand liggende oplossing. Het is continu beschikbaar en kan daarom in de warmtevoorziening een rol van betekenis vervullen. Ik denk dat aardwarmte op deze diepte de meeste winst oplevert voor warmtenetten, mogelijk in combinatie met temperatuuropslag. Opslag zou aardwarmte voor stedelijk warmtegebruik een economische boost kunnen geven.

Economisch gezien is de rol van aardwarmte nu nog marginaal. De sector kan op dit moment alleen fungeren met zware SDE+ subsidies. Op termijn zal aardwarmte moeten concurreren met andere vormen van stedelijke warmtevoorzieningen gebaseerd op groen gas, waterstof of all electric. Allemaal dure oplossingen en natuurlijk heeft aardwarmte daar zijn rol in te spelen, met name in wijken waar een warmtenetwerk mogelijk is.

Ik zie niet dat we aardwarmte heel veel goedkoper gaan maken. Misschien kunnen we met technologische vernieuwingen wel de helft van de putkosten afhalen. Met het aardwarmtedoublet dat we willen ontwikkelen op de campus van de TU Delft hopen we daar aan bij te dragen. Of aardwarmte ooit echt kan concurreren met bijvoorbeeld aardgas, dat weet ik niet. Met de huidige lage gasprijs is het zwaar weer voor alle duurzame alternatieven, maar natuurlijk maken we toch de overstap.

Meer regie in de ruimtelijke afstemming van boven- en ondergrond

Eveline Rosendaal: Er is vanuit de olie- en gaswinning in Nederland veel ervaring met ondernemen in de ondergrond. Hoe kunnen we ook de potentie van aardwarmte optimaal benutten?

Jan Dirk Jansen: Ik pleit voor meer regie in de ruimtelijke afstemming van boven- en ondergrond. Het zou verstandig zijn daar nu op in te zetten nu er een nieuwe Warmtewet is. Stedelijke warmtenetten worden aangelegd voor 100 jaar. Dan moet wel nagedacht worden over de beschikbaarheid van het warme water. Als het volgende doublet geboord moet worden, moet die locatie niet toevallig al in gebruik zijn.

Bovendien zal de huidige ontwikkeling van individuele doubletten door verschillende operators niet tot het optimale rendement leiden. Grotere veldontwikkelingen in handen van één operator zijn in alle opzichten efficiënter. Dat is vanuit de olie- en gaswinning bekend. Daarbij komt het feit dat de winning van aardwarmte een zwaar gesubsidieerde operatie is. Ook dit pleit voor sterke regie vanuit de overheid om deze nationale hulpbron zo goed mogelijk te exploiteren.

Investeren in toekomstige energie infrastructuur

Eveline Rosendaal: U noemt terecht het optimaliseren van de ruimtelijke ordening van de ondergrond en het belang van een portfoliobenadering. Hoe zou de regierol van de overheid in de energietransitie in uw ogen verder ingevuld moeten worden?

Jan Dirk Jansen: De regierol van de overheid moet verder gaan dan alleen subsidiëren en een soort markt creëren. In de energietransitie gaat het over langdurige ontwikkelingen met forse investeringen. Er moeten nu keuzes gemaakt worden terwijl we nog niet alle oplossingen weten. Zo moeten we investeren in de toekomstige energie infrastructuur. Kunnen we nog meer elektrische hoogspanningsleidingen bouwen of willen we toch naar oplossingen met gas? In dat laatste geval is het noodzaak snel te handelen voor onze gasinfrastructuur ontmanteld is. Ik denk dat de overheid een belangrijke rol te spelen heeft in dergelijke keuzes. Een organisatie als EBN met veel kennis op dit gebied kan daar een zeer belangrijke rol in vervullen.

Bredere adviesrol Mijnraad

Eveline Rosendaal: De energietransitie verandert het gebruik van de ondergrond. De huidige ontwikkelingen overstijgen de energiesector waardoor we ook te maken hebben met nieuwe stakeholders zoals bijvoorbeeld gemeenten en provincies.

U bent lid van de Mijnraad die ook opereert in het veranderende speelveld. Kunt u iets vertellen over de nieuwe rol van de Mijnraad?

Jan Dirk Jansen: De Mijnraad heeft een bredere adviesrol en expertise gekregen. Bij de beoordeling van winningsaanvragen voor olie, gas, zout en aardwarmte is de focus verschoven. Naast de geologische, technische en economische aspecten wegen de maatschappelijke aspecten zwaar. Die maatschappelijke kant is nu meer vertegenwoordigd met bijvoorbeeld een burgemeester, een specialist ruimtelijke ordening en een dijkgraaf in de Mijnraad. Vanuit die brede samenstelling maken we afwegingen tussen de vaak tegengestelde adviezen die uit verschillende hoeken gegeven worden. Neem bijvoorbeeld een vergunningsaanvraag voor zoutwinning in Groningen waarbij er zorgen over bodemdaling zijn en er tegelijkertijd behoefte is aan meer lokale werkgelegenheid. Hierdoor is de ene gemeente sterk voor terwijl de andere meer de nadelen ziet.

Verschillende kijk op gebruik ondergrond

Eveline Rosendaal: Draagvlak is een belangrijk onderwerp in de energietransitie en bij activiteiten in de ondergrond. Bij EBN is hier veel aandacht voor. Ik noemde al de provincies en gemeenten die een grote opgave hebben in de uitvoering van de energietransitie. Die informeren we actief over de potentie en ontwikkeling van aardwarmte in hun regio en de kansen voor gebruik van aardwarmte in grotere woonwijken. De nieuwe stakeholders waar we mee om tafel zitten zijn talrijk, bijvoorbeeld ook geïnteresseerde burgers of mensen die gewoon ‘tegen’ zijn.

Welke ontwikkelingen ziet u op dat vlak, onder meer vanuit uw rol in de Mijnraad?

Jan Dirk Jansen: Ik zie een enorm verschillende kijk op het gebruik van de ondergrond, variërend van een puur technische benadering tot een zeer afhoudende. Dit laatste speelt met name in het noorden van het land. Zodra het gaat over gasprojecten gaat het helemaal op slot. Aardwarmte heeft de gunfactor. Dat heeft ook te maken met beeldvorming. Belangrijk is dat we daar vanuit onze expertise duiding aan geven en verschillende gebeurtenissen en ontwikkelingen in perspectief plaatsen. Corona laat zien hoe onverwacht gebeurtenissen kunnen zijn. Ook op het gebied van energie kunnen we schokken verwachten die we niet kunnen voorzien. Door geo-politieke of andere ontwikkelingen kan er bijvoorbeeld ineens een enorme noodzaak ontstaan voor meer gas uit Nederland. Hoe we ons kunnen voorbereiden op dat soort niet te voorspellen situaties is niet makkelijk te zeggen, wel dat het voor de sector belangrijk is het zorgvuldig te doen.

Een winter in de kou zitten kan het sentiment direct doen omslaan. Het gemak waarmee we rekenen op energievoorziening en ervan uit gaan dat warmte altijd voorhanden is, gaat voorbij aan de mogelijkheid dat er werkelijk geen warm water uit de kraan of gas uit het fornuis komt. We zitten in Nederland in de luxe positie dat we nooit zonder hebben gezeten. De beschikbaarheid en betrouwbaarheid van ons systeem is een ongelooflijke rijkdom.

Dit artikel is onderdeel van Focus 2020 - nummer 2