EBN-dochter aangewezen als Nationale Deelneming Warmte
Met een aanwijzing van de Minister van Klimaat en Groene Groei op zak gaat de nieuwe EBN-dochter NDW b.v. invulling geven aan haar rol als beleidsdeelneming Nationale Deelneming Warmte (NDW). Wat mogen publieke partners als gemeenten, provincies en netbeheerders verwachten van deze EBN-dochter?
Herman Exalto en Mark Hooftman zijn sinds 2024 de drijvende krachten achter de NDW. Zij beantwoorden een aantal veelgestelde vragen over de nieuwe publieke investeerder in collectieve warmte en hoe deze gaat bijdragen aan het versnellen van de warmtetransitie.
Allereerst, wanneer gaat NDW van start?
Herman Exalto – projectdirecteur Nationale Deelneming Warmte bij EBN: “We gaan officieel op 1 juli 2026 echt van start. Officieus zijn we al anderhalf jaar aan de slag om de Nationale Deelneming Warmte van de grond te krijgen. In 2025 heeft dit geresulteerd in zes intentieverklaringen voor toekomstige warmtebedrijven. En we verwachten dit jaar een aantal daarvan om te zetten in samenwerkingsovereenkomsten. Wellicht gaan we in 2026 ook al daadwerkelijk een nieuw warmtebedrijf oprichten. Al met al maken we dus een vliegende start.”
Waarom is de Wet collectieve warmte relevant voor de aanwijzing?
Mark Hooftman – projectleider Nationale Deelneming Warmte bij EBN: “EBN kent een geschiedenis in de mijnbouw. Alle activiteiten van EBN tot nu toe werden dan ook ondernomen vanuit de Mijnbouwwet. Warmtenetten liggen maar een paar meter in de grond en daarmee duidelijk geen mijnbouw. Daarom is een aparte beleidsdeelneming als de NDW onder de Wet collectieve warmte nodig om namens de Staat te investeren in warmtenetten. NDW is ondergebracht bij EBN om snel van start te kunnen gaan.”
Hoeveel kan NDW investeren in warmtenetten?
Herman: “Er is via de voorjaarsnota van 2025 voor de komende vijf jaar 224 miljoen euro voor NDW beschikbaar. Dat bedrag vraagt alleen wel wat inkleuring. Deze 224 miljoen is namelijk alleen bedoeld om te investeren in de publieke warmteketen, van bron tot net. Het bedrag is nadrukkelijk niet bedoeld om bijvoorbeeld de warmteactiviteiten van Vattenfall of Eneco over te nemen. Het is dus echt de bedoeling om voor dit bedrag de komende vijf jaar regionale vooral nieuwe publieke warmtebedrijven op poten te zetten met gemeenten en provincies en vervolgens snel de eerste warmteprojecten van deze bedrijven mogelijk te maken.”
Is 224 miljoen voldoende voor de langetermijndoelen van warmte?
Mark: “Die 224 miljoen is bedoeld voor de komende vijf jaar om in te kunnen stappen op de eerste nieuwe publieke warmtebedrijven waar we nu aan werken en hun aankomende projecten. De nu beschikbare middelen zijn voor de lange termijn daarmee niet voldoende. Om in de periode tot 2050 dat doel van zo’n twee tot tweeënhalf miljoen aansluitingen te realiseren, is in de hele warmteketen naar schatting 80 tot 90 miljard nodig. Daarbij verwachten wij dat in die periode via NDW zo’n 2 miljard geïnvesteerd gaat worden.”
Herman: “De overige benodigde middelen komen vervolgens voor een deel van andere publieke partners. De rest, en dat wordt een fors deel, zal vreemd vermogen worden. Daarom is het van belang dat de nieuwe publieke warmtebedrijven snel een zekere omvang hebben waarmee ze zelf deze externe financiering aan kunnen trekken om verdere investeringen te doen.”
Over de Nationale Deelneming Warmte
EBN-dochter NDW b.v. is op 16 februari 2026 aangewezen als Nationale Deelneming Warmte. De Nationale Deelneming Warmte (NDW) vormt een uniek onderdeel binnen EBN. Het heeft als doel het versnellen van de warmtetransitie en het versterken van de publieke realisatiekracht in de warmtetransitie. In tegenstelling tot de andere EBN-activiteiten kent NDW b.v. een eigen aanwijzing onder de Wet collectieve warmte. Via NDW b.v. investeert het Rijk in regionale publieke warmtebedrijven. NDW b.v. opereert als een zelfstandige beleidsdeelneming onder de EBN-paraplu.
Gaat NDW naast warmtenetten ook investeren in bronnen?
Mark: “Wij gaan investeren in warmtebedrijven die denken in integrale warmteketens. En dan moet je naast de vraag hoe en waar je een net aanlegt, dus ook nadenken over de bronnenstrategie. Als het economisch opportuun of noodzakelijk is dan investeer je in zowel de bronnen als het netwerk en de aansluitingen. Vanzelfsprekend kijk je per kavel welke bronnenmix nodig is en welke bronnen voor handen zijn.”
Herman: “Het is goed om aan te stippen dat EBN in de rol als NDW qua bronnen neutraal is. We zullen kijken naar wat de beste bronnenmix is per netwerk of kavel. Dat kan aquathermie zijn, restwarmte en als de ondergrond potentie heeft ook geothermie. De keuze of je qua bron al dan niet aanvullend gaat investeren hangt vooral samen met wat voor dat gebied de optimale bronnenmix oplevert, financieel maar ook zeker vanuit het perspectief van duurzaamheid.”
Vallen EBN’s aardwarmteactiviteiten ook onder NDW?
Herman: “Nee. EBN heeft voor aardwarmte een rol en mandaat vanuit de Mijnbouwwet. Daarnaast zijn dit publiek-private aardwarmteprojecten in een commerciële markt. Als NDW werken we vooral aan publieke samenwerkingen in een sterk gereguleerde publieke markt onder de Wcw. Om deze en een aantal andere redenen, zoals het scheiden van de financieringsstromen, staat NDW los van EBN’s aardwarmteactiviteiten. We delen wel een gezamenlijk doel: versnellen van een betaalbare, duurzame en betrouwbare warmtevoorziening in ons land.”
Speelt winst maken een hoofdrol bij NDW?
Mark: “Allereerst, wij beschouwen vanuit NDW warmte als een nutsvoorziening. Het doel is niet het maken van winst, maar het behalen van maatschappelijke doelen. Wat ons betreft is de uiteindelijke winst van NDW dat voor een derde van de Nederlandse huishoudens een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmteoplossing wordt aangelegd in de vorm van een warmtenet. Daarvoor moeten we in de komende tien, vijftien jaar eerst zwaar investeren. Als publiek aandeelhouder in regionale warmtebedrijven doen we dat in de vorm van geduldig kapitaal dat uiteindelijk wel moet renderen. Maar wij realiseren ons terdege dat dat een focus op de lange termijn vergt, en in mindere mate op financiële winst op korte termijn.”
Wij gaan investeren in warmtebedrijven die denken in integrale warmteketens.
Mark Hooftman
projectleider Nationale Deelneming WarmteMet welk aandeel verwachten jullie deel te nemen in een warmtebedrijf?
Herman: “Dat is natuurlijk maatwerk per samenwerking, maar we willen substantieel zijn in onze rol als aandeelhouder met een aandeel dat tussen de dertig en veertig procent ligt. Daarbij is het voor betrokkenheid en draagvlak binnen de gemeenten noodzakelijk dat ook betrokken gemeenten zelf aandeelhouder zijn. Niet om de financiële lasten te delen, maar vooral omdat zij vanuit de wet een regierol spelen doordat zij warmteplannen opstellen en de kavels aanwijzen. Daarnaast brengen gemeenten ook de stem van de inwoner in bij besluitvorming in het warmtebedrijf.”
Kan elke gemeente bij NDW aankloppen om samen een warmtebedrijf op te zetten?
Mark: “In principe kan elke gemeente, maar ook een provincie, bij ons aankloppen als zij nadenken over het oprichten van een publiek warmtebedrijf. Dan denken we graag mee over de vraagstukken die daarmee gemoeid zijn. Maar voorwaarde voor NDW als toekomstig aandeelhouder van zo’n publiek warmtebedrijf is wel dat het nieuwe warmtebedrijf regionale schaal krijgt met meerdere gemeentelijke aandeelhouders of een provinciale aandeelhouder.”
Herman: “Die focus op regionale schaal is in de opdracht van NDW vrij expliciet. Met een warmtebedrijf dat actief is voor een regio bereiken we schaalgrootte en die is van belang om kosten te drukken en daarmee betaalbaarheid voor de eindklanten zeker te stellen. Wij kunnen daarom simpelweg niet instappen in initiatieven waarvan we nu al weten dat die nooit regionaal gaan. We moedigen daarom gemeenten aan om, als zij nadenken over het opzetten van warmtebedrijven, dit bijvoorbeeld in RES-verband te onderzoeken en ons en andere publieke partijen als de netbeheerders tijdig te betrekken.”
Waar is NDW overigens niet van?
Herman: “Het is denk ik goed dat gemeenten beseffen dat NDW geen adviseur gaat zijn waar het gaat om het opzetten van gemeentelijk warmtebeleid, zoals het warmteprogramma. Daar is een partij als NPLW echt heel sterk in en we werken met hen dan ook prettig samen. Onze meerwaarde qua kennis gaat echt zitten in het helpen om regionale warmtebedrijven goed op te zetten en te zorgen dat er ook kennisuitwisseling tussen de warmtebedrijven waar wij inzitten op gang komt. Denk aan kennis rond onderwerpen als techniek, standaardisering van financieringstrajecten enzovoort.”
Eventuele overname van private warmtebedrijven versnelt de uitrol en de groei van publieke warmtenetten.
Herman Exalto
projectdirecteur Nationale Deelneming WarmteStapt NDW alleen in als ook een netbeheerder instapt?
Mark: “Dat is geen vaststaand gegeven. Wel is het zo dat netbeheerders een hele logische partner zijn vanwege de afwegingen die gemaakt moet worden rond hoe een wijk van het gas af gaat. Doe je dat via het elektriciteitsnet met warmtepompen of via een warmtenet? Wat doe je waar, wanneer en wat is maatschappelijk het meest wenselijk? Ook netcongestie op het elektriciteitsnet speelt een rol bij deze keuze. Vanwege deze centrale vraag vinden netwerkbedrijven en EBN als NDW elkaar erg snel als partners van gemeenten en provincies die nieuwe warmtebedrijven opzetten.”
Herman: “Wat ook meespeelt is dat we allebei publieke partijen op afstand van de politiek zijn. En wij vinden elkaar ook vanuit hetzelfde belang in de zin dat we allebei toewerken naar schaalvergroting en kostenefficiëntie. We komen elkaar wel veel, maar niet overal tegen. Er zijn genoeg initiatieven waar netwerkbedrijven zonder ons goed bezig zijn en andersom gaat ongetwijfeld ook voorkomen. Maar waar nodig trekken we graag met netwerkbedrijven op, dat staat buiten kijf.”
Tot slot, speelt NDW een rol bij de mogelijke overname van private warmtebedrijven?
Herman: “Het korte antwoord is ja. Het langere antwoord is dat de Minister van Klimaat en Groene Groei voor nu de leiding heeft in dit traject en EBN als NDW vanuit een adviesrol betrokken is. Het overnemen van de private warmtebedrijven is, denk ik, wel van groot belang voor het weer op tempo krijgen van de warmtetransitie. Ze hebben netten liggen op plekken waar we als maatschappij willen dat warmtenetten snel weer gaan groeien. Daarnaast, als eventueel NDW deze bedrijven overneemt krijg je als NDW ook toegang tot de kasstromen waarmee je verdere investeringen in nieuwe netten en projecten tegen betere condities kunt financieren. Daardoor hoeft er vanuit de rijksbegroting gezien aanmerkelijk minder geld naar NDW te vloeien.”
Mark: “Waar verder de winst zit is dat deze bedrijven hun processen al hebben ingericht. Als we die kunnen inzetten in de bredere warmtetransitie fungeren ze als een vliegwiel voor de verdere uitrol van publieke netten. En ze hebben heel veel enthousiaste, gemotiveerde, en goed opgeleide mensen die we blijvend in stelling kunnen brengen. Kortom, met een eventuele overname versnel je de uitrol en de groei van publieke warmtenetten en daarmee de warmtetransitie.”







