Foto van project Porthos
20.12.21

Rotterdamse bedrijven en Porthos sluiten contracten voor transport en opslag CO2

Air Liquide, Air Products, ExxonMobil en Shell hebben de definitieve contracten met Porthos getekend voor transport en opslag van CO2. De bedrijven willen vanaf 2024 samen jaarlijks 2,5 Mton CO2 van hun installaties in Rotterdam afvangen. Porthos, een joint venture van EBN, Gasunie en Havenbedrijf Rotterdam, transporteert het broeikasgas naar een leeg gasveld 20 km uit de kust. Daar wordt het op een diepte van 3 tot 4 km onder de Noordzeebodem opgeslagen.

Het sluiten van de definitieve contracten is een mijlpaal in de realisatie van het project. Als de benodigde vergunningen voor aanleg en gebruik van de infrastructuur en installaties verkregen zijn, zal de definitieve beslissing genomen worden om het project te realiseren. Verwachting is dat dat in het voorjaar van 2022 is. De bouw van het Porthos-systeem (pijpleiding op land, compressorstation, pijpleiding op zee, aanpassing van het platform op zee) duurt ongeveer twee jaar. Ondertussen leggen de bedrijven hun afvanginstallaties aan. In 2024 kan dan de eerste CO2 worden opgeslagen.

CO2-afvang en -opslag (Carbon Capture and Storage, CCS) is een manier om op korte termijn grote hoeveelheden CO2 tegen relatief lage kosten uit de atmosfeer te houden. Het is daarmee een belangrijke maatregel om de klimaatdoelstellingen te helpen realiseren, vooral voor de industrie waar op korte termijn weinig alternatieven zijn om zulke grote slagen te maken. Dankzij Porthos stoot de Rotterdamse industrie straks ongeveer 10% minder CO2 uit.

Met CCS is wereldwijd de afgelopen 20 jaar de nodige ervaring opgedaan, onder andere in Noorwegen, Canada en de Verenigde Staten. Het Porthos-project is wereldwijd uniek omdat het een netwerk is waar verschillende bedrijven op kunnen aansluiten. Vanwege het belang van het project voor het realiseren van de klimaatdoelstellingen, stelde de Europese Unie begin dit jaar € 102 miljoen subsidie beschikbaar voor het project.

Logo medegefinancierd door EU