Kennismiddag Aardwarmte 2026
Tijdens de opening van de kennismiddag Aardwarmte maakten Michiel Houwing (EBN) en Caroline Kroes (NPLW) het al duidelijk: de warmtetransitie is een kansrijke maar ook complexe opgave. Energie Beheer Nederland organiseerde de middag samen met het Nationaal Platform Lokale Warmte, met gemeentes als belangrijkste doelgroep. De regie ligt nu bij hen, maar het kan ingewikkeld zijn om te bepalen welke rol zij pakken. Bij het vaststellen én uitvoeren van die rol kunnen het NPLW en EBN ondersteunen, benadrukken zowel Michiel als Caroline. “Ik hoop dat jullie na deze middag weglopen met het gevoel dat jullie nieuwe, concrete oplossingen hebben gehoord,” sluit Michiel af.
Plenaire sessie: ‘De warmte van morgen
Bij de plenaire sessie vertellen Mara Eck van der Sluijs (EBN) en Tarek Hopman (Impuls Advies) meer over de rollen die gemeenten kunnen pakken in de warmtetransitie. Voordat ze dat doen, wil Mara aan haar publiek meegeven: “We gaan straks een heleboel informatie delen, complexe informatie. Dat maakt het soms lastig, en daarom is intrinsieke motivatie zo belangrijk. Vraag jezelf; word je hier enthousiast van? Dat kan het verschil maken.”
Bij het winnen van aardwarmte komen unieke uitdagingen kijken, die zich vooral in de ondergrond afspelen. Mara licht toe: “Niet alle soorten ondergrond zijn geschikt voor warmteprojecten, en in grote delen van Nederland is weinig data beschikbaar. Het SCAN-programma is hier verbetering in aan het brengen.” SCAN maakt met behulp van seismiek dwarsdoorsnedes van de ondergrond, hierna volgt een onderzoeksboring die dwars door al die lagen heengaat. Door alle kennis die hieruit volgt te combineren wordt de potentie van aardwarmteprojecten op zo veel mogelijk plekken duidelijker.
“Een heel technisch verhaal, maar wat kunnen jullie als gemeente hier nu mee?” stelt Tarek. Hij maakt onderscheid tussen drie rollen: participerend, faciliterend en het wettelijke minimum: “De rol die de gemeente pakt, kan gedurende het traject vervolgens worden bijgesteld aan de specifieke behoeften en omstandigheden binnen het warmteproject.” Om aardwarmteprojecten in de regio te versnellen is ook het opzoeken van elkaar en delen van kennis essentieel. Tarek sluit optimistisch af: “Als de randvoorwaarden kloppen en de publieke rol stevig staat, zie ik geothermie echt als pijler in een aardgasvrije gebouwde omgeving.”
Sessie: ‘Beleid en wetgeving’
Tijdens deze sessie kregen gemeenten van Fré Hipgrave Ederveen en Mikkel Jensen (KGG) inzicht in de wetten en regels die relevant zijn voor aardwarmteprojecten en hun rol in het proces.
In het eerste deel stond de Mijnbouwwet centraal, die het juridische kader biedt voor het vergunningentraject rondom het boren en winnen van aardwarmte. Het traject start met de toewijzing van een zoekgebied, een tijdelijk exclusief recht om onderzoek in de ondergrond uit te voeren. Bij de aanvraag moet duidelijk zijn wie het project uitvoert, waar het plaatsvindt en wat het plan inhoudt. Gemeenten en provincies leveren advies, gebaseerd op lokale kennis en belangen. Vervolgens kan de houder van het zoekgebied een startvergunning aanvragen, waarbij een uitvoerder wordt aangewezen voor de uitvoering. Pas na het verkrijgen van deze vergunning en alle benodigde vervolg- en omgevingsvergunningen, inclusief milieubeoordelingen, kan daadwerkelijk worden geboord. Het vergunningentraject is dus een complex proces, dat veel tijd en afstemming kost.
Het tweede deel richtte zich op de nieuwe Wet collectieve warmte, die tarieven kostengebaseerd maakt en de CO₂-normen aanscherpt om duurzame warmteprojecten te stimuleren. Geothermie werd genoemd als een veelbelovende bron. Het wordt waarschijnlijk één van de belangrijkste bronnen, gaf Mikkel Jensen aan. Maar, benadrukte hij ook: “Er zijn meerdere mogelijkheden. Kijk welke bronnen er nog meer zijn, en kies bij de aanleg van een warmtenet bij voorkeur voor meerdere bronnen.”
Sessie: ‘Geothermie in Den Haag: kansen, aanpak en omgevingscommunicatie’
Annelies Kronenberg van der Loo (gemeente Den Haag) nam tijdens haar sessie het publiek mee in de kansen voor aardwarmte in Den Haag. Suzanne Tiemessen (EBN) liet daarna zien dat goede omgevingscommunicatie onmisbaar is bij de uitvoering van het aardwarmte-onderzoek van SCAN.
Den Haag beschikt over een zeer gunstige ondergrond met zogenoemde ‘horsten en graben’: geologische structuren die ervoor zorgen dat er hier veel warmte beschikbaar is. Volgens Annelies is de stad een ideale plek om geothermie toe te passen en op te schalen. Tegelijkertijd vraagt een dichtbevolkte omgeving zoals Den Haag om slimme ruimtelijke keuzes en goede communicatie. Tijdens de bewonersavond die onlangs werd georganiseerd voor de voorkeurslocatie Mariahoeve stelt een bewoner: “Jullie moeten op heel veel van onze vragen antwoorden dat jullie dit nog niet weten, dat geeft onduidelijkheid”. De gemeente is open en antwoordde: “Dat klopt, er is veel wat we nog niet weten in deze vroege fase. Toch kiezen we er bewust voor om jullie nu wel al mee te nemen.”
Suzanne Tiemessen benadrukt hoe belangrijk is het om toegankelijk, tijdig en transparant te communiceren naar de omgeving. Voor het onderzoek Amsterdam verstuurde SCAN bijvoorbeeld 140.000 omwonendenbrieven in het Nederlands en Engels. Daarin stonden foto’s, een 24/7 telefoonnummer en links naar de informatie in het Turks en Arabisch. Soms waren creatieve oplossingen nodig. Zo werden er op het dak van de trucks die door de straten reden grote gele QR codes geplakt. Deze waren bedoeld voor mensen die vanuit hun raam keken. Ook organiseerde SCAN rondleidingen en bezoeken voor bewoners en ook raadsleden. Zo konden mensen zelf zien, horen en voelen wat het onderzoek inhoudt. Suzanne licht toe: “Deze bezoeken zijn extreem waardevol. Het kost veel tijd en moeite, maar het neemt ook heel veel zorgen weg.”
Sessie ‘De gemeentelijke rol in geothermie’
Gert-Jan Jonker (gemeente Amersfoort), Ruben Ribbius (gemeente Alphen aan de Rijn) en Wim Crama (gemeente Noordwijk) gaven tijdens deze sessie gemeenten inzicht in hun rol bij geothermieprojecten. Dit deden ze door middel van het delen van de ervaringen en aanpak vanuit hun gemeente.
In Amersfoort stond de vraag centraal hoe geothermie kan bijdragen aan een duurzaam warmtenet. Samen met EBN, provincie en buurgemeenten is een regionaal potentieonderzoek uitgevoerd, en is er bekeken hoeveel ruimte nodig is voor een boorlocatie. Vroegtijdige afstemming met interne afdelingen zoals milieu en ruimtelijke planning blijkt waardevol voor het draagvlak binnen de gemeente.
Gemeente Alphen aan den Rijn koos bewust om zelf de aanvraag voor een zoekgebied te doen, vanwege eigen regievoering. Ruben Ribbius, projectleider: “Door zelf initiatief te nemen, houden we regie over locatie, partners en maatschappelijke waarden.” Dit geeft de gemeente ook grip op betaalbaarheid en op de toekomstige verdeling van warmte in het warmtenet. Het warmtenet in Alphen aan den Rijn start klein, met één wijk die van het gas afgaat, en wordt op termijn uitgebreid.
Tot slot kwam Wim Crama, projectleider bij gemeente Noordwijk aan het woord. Hij benadrukte de kracht van samenwerking: “In de bollenstreek hebben we heel nadrukkelijk de samenwerking opgezocht rondom aardwarmte. Al snel werd duidelijk dat je als kleine gemeente veel meer schaal nodig hebt.”
Sessie ‘Bouwen aan maatschappelijke draagkracht: do’s en don’ts uit de praktijk’
Bas van Dun (Geothermie Nederland) en Serge Santoo (Polycentric) deelden in deze sessie hun praktijkervaringen over hoe je als gemeente of projectontwikkelaar werkt aan maatschappelijk draagvlak voor geothermie.
Bas van Dun legt uit dat geothermieprojecten anders werken dan andere duurzame projecten. “Bij geothermie heb je pas een project als je hebt geboord. Je moet grote investeringen doen terwijl de ondergrondse uitkomst op dat moment vaak nog onzeker is. Dat is lastig bij het nemen van bijvoorbeeld investeringsbesluiten.” Het vinden van voldoende afnemers voor de warmte van een project kost veel tijd, ook de ruimtelijke inpassing blijft een puzzel. Soms ligt de geologisch beste plek midden in een wijk, terwijl juist een randlocatie beter past voor bewoners en warmtevraag.
Serge Santoo benadrukt de maatschappelijke kant. “De omgeving moet je op meerdere niveaus bekijken, omdat de invloedsfeer ondergronds veel groter is dan alleen de boorlocatie bovengronds. Hierdoor zijn er vaak meerdere gemeentes betrokken terwijl zij niet direct profiteren van de geothermiebron.” Neem naast de bewoners daarom ook altijd de gemeenteraad goed mee en houd hierbij rekening met de lokale politieke dynamiek. Verder is intern draagvlak minstens zo belangrijk is als extern draagvlak. Bij een project zijn vaak meerdere partijen betrokken, zorg dat al deze bestuurders ook altijd goed aangehaakt blijven.
Beide sprekers sloten af met een duidelijke oproep aan gemeenten. Als de warmtetransitie te traag gaat dan kiezen bewoners individueel voor andere oplossingen en wordt een collectief warmtenet financieel minder haalbaar: “Als je geothermie als gemeente wilt, dan is dit het moment.”







