Ultradiepe Geothermie (UDG)
Het UltraDiepeGeothermie (UDG) programma dat van 2017- 2020 is uitgevoerd door EBN en TNO heeft zeer veel kennis opgeleverd. De 14 studies zijn uitgevoerd door projectteams bestaande uit (inter-)nationale experts en medewerkers van TNO en EBN. Alle studies zijn afgerond en gepubliceerd op NLOG. De belangrijkste conclusies ten aanzien van de haalbaarheid van een UDG project zijn als volgt.
Geleerde lessen UDG programma
Bij aardwarmte betekent dieper over het algemeen warmer, maar ook duurder en ingewikkelder. Bij reguliere geothermie (tot 4 km diepte) spelen onzekerheden over de ondergrond en projectopbrengst een belangrijke rol. Ook is er veel aandacht nodig voor de veiligheid voor omgeving en milieu. Deze onzekerheden worden voor ultradiepe geothermie (dieper dan 4 km) groter. Dit komt omdat er veel minder kennis is over zeer diepe aardlagen. Binnen het UDG programma hebben we geleerd dat het zeer moeilijk is om een goed beeld via seismiek te verkrijgen van deze zeer diepe aardlagen. Daardoor is de projectopbrengst voor UDG veel onzekerder dan bij reguliere aardwarmte projecten. Verder is het plaatsen van een boring moeilijker omdat aardlagen en breuken niet goed zichtbaar zijn op de seismiek. Om de kans op eventuele bevingen zo klein mogelijk te maken willen we een boring op voldoende afstand tot breuksystemen plaatsen. Het niet goed kunnen weergeven van de zeer diepe ondergrond heeft nog een derde effect: het herhalen van een eventueel succesvol project wordt bemoeilijkt omdat je namelijk niet kan aangeven waarom een project werkt en dus ook niet op zoek kan gaan naar vergelijkbare situaties.
Kosten
De onzekerheid over wat we aantreffen in de ondergrond werkt ook door in de kosten. Het is ten eerste al erg duur om dieper dan 4 km te boren. Gesteenten worden steeds harder, het gat en de boorbeitel worden steeds kleiner en door hoge temperatuur en druk is het technisch veel lastiger om te boren. Ten tweede zullen de risico’s met betrekking tot onverwachte drukken en vloeistoffen afdoende afgedekt moeten worden en dat is kostbaar. Door deze twee factoren liggen de kosten voor een ultradiepe boring vele malen hoger dan die voor een reguliere geothermieboring.
Ervaring en informatie verzamelen
Hoge kosten in combinatie met een hoge onzekerheid over de projectopbrengst maakt dat EBN op basis van de meest actuele datasets en kennis uit het UDG programma momenteel geen UDG project nastreeft. We willen eerst de boorkosten verlagen en de onzekerheden kleiner te maken. Dat willen we doen door eerst meer ervaring op te doen bij geothermieprojecten op reguliere dieptes en door meer informatie te verzamelen bij toekomstige projecten (in het buitenland) en innovatieve exploratiemethodes voor het vinden van gebieden met goede projectopbrengst.
Ondersteunende onderzoekstudies
Naar aanleiding van de Green Deal UDG zijn er als inbreng voor het UDG Exploratie Werk Programma (EWP) in totaal 14 ondersteunende onderzoekstudies uitgevoerd. Deze studies werden uitgevoerd om de haalbaarheid van Ultra Diepe Geothermie in Nederland beter in te kunnen schatten. Daarbij is onder meer het beoogde reservoir bestudeerd (het Dinantien) en is gekeken naar mogelijke risico’s bij de winning van aardwarmte uit dit reservoir. Deze studies waren niet projectspecifiek maar generiek en zoveel mogelijk landsdekkend. Ze hebben geresulteerd in een publieke set van gegevens en rapporten waarmee verschillende projecten op een eenduidige manier geanalyseerd en met elkaar vergeleken kunnen worden. De studies zijn uitgevoerd door projectteams, bestaande uit (inter)nationale experts en medewerkers van TNO en EBN. Alle studies zijn afgerond en gepubliceerd op NLOG.
Heb jij een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met Eveline Rosendaal, Manager Business Development Warmtetransitie.
Stel jouw vraag



