Aardwarmteprojecten: van verkennen tot opruimen
Aardwarmte is een duurzame en betrouwbare warmtebron uit de diepe ondergrond. De ontwikkeling ervan vraagt om zorgvuldige stappen, duidelijke afspraken en strenge vergunningen. Daarom doorloopt elk aardwarmteproject vijf vaste fases.
Een aardwarmteproject ontwikkelt zich stap voor stap. Deze vaste volgorde helpt om risico’s te beheersen, veiligheid te waarborgen en de omgeving zorgvuldig te betrekken. Energie Beheer Nederland (EBN) is in meerdere fases betrokken als investeerder, om kennis te delen en het publieke belang te borgen.
Via onderstaand formulier neem je contact op met Michiel Harings, Manager Asset Management Warmtetransitie.
"*" geeft vereiste velden aan
De vijf fasen van een aardwarmteproject, van onderzoek van de ondergrond tot het sluiten van de putten en herstel van de omgeving.
Fase 1 – Verkennen
Is de ondergrond geschikt voor aardwarmte?
De eerste fase van een aardwarmteproject is de verkenningsfase. Hierin staat één vraag centraal: is de ondergrond geschikt voor het winnen van aardwarmte? Aardwarmte bevindt zich diep in de aarde, meestal tussen de 500 meter tot 3.000 meter diepte. Om te bepalen of een locatie kansrijk is, wordt gebruikgemaakt van bestaande geologische gegevens en aanvullend onderzoek naar bodemlagen, temperatuur en doorlatendheid. In sommige gevallen is er voldoende informatie of kennis van de diepe ondergrond beschikbaar, bijvoorbeeld in gebieden waar in het verleden naar olie of gas is gezocht. In andere gebieden is er nog te weinig informatie om de beoordelen of er geschikte bodemlagen zijn. Voor deze plekken is het SCAN programma opgericht. SCAN is een gezamenlijk programma van EBN en TNO. Met seismisch onderzoek en onderzoeksboringen vergroten we de kennis van de ondergrond en maken we de kansen voor aardwarmte in Nederland zichtbaar. Alle informatie is publiek beschikbaar via NLOG
Partijen die in een bepaald gebied verder onderzoek willen doen naar de mogelijkheid om een aardwarmteproject te ontwikkelen, hebben een Toewijzing Zoekgebied Aardwarmte nodig. Deze vergunning geeft het alleenrecht om in een specifiek gebied te zoeken naar aardwarmte en wordt in de regel aangevraagd door gemeentes, bedrijven die een grote warmtevraag hebben of bedrijven die zich gespecialiseerd hebben in de ontwikkeling van aardwarmte. Het is belangrijk om te benadrukken dat deze vergunning nog geen recht geeft om te boren. Het doel is inzicht krijgen en risico’s inschatten. Daarbij is ook aandacht voor de omgeving en de ruimtelijke inpassing van een mogelijk project. EBN neemt na het verlenen van de Toewijzing Zoekgebied Aardwarmte verplicht deel aan het project. EBN deelt vanaf dat moment in de kosten van het onderzoek en brengt haar kennis en ervaring in uit alle andere projecten waarin EBN deelneemt
Fase 2 – Samenwerken
Consortium en warmtevraag
Als de ondergrond kansrijk lijkt, dan start de ontwikkelfase. In deze volgende fase van een aardwarmteproject wordt bepaald waar en hoe het project het beste kan worden uitgevoerd en hoeveel warmte er kan worden gewonnen. Omdat er in dit stadium al mogelijke locaties worden onderzocht, is samenwerking met de gemeente van groot belang. Ook wordt gekeken naar draagvlak in de omgeving.
Naast techniek speelt in deze stap ook de warmtevraag een grote rol. Er wordt onderzocht wie de warmte gaat gebruiken, of die vraag groot en stabiel genoeg is en hoe het project past binnen bestaande of geplande warmtenetten. Hierover worden in deze fase ook afspraken gemaakt met de afnemer van de aardwarmte. Vaak is dit een warmtebedrijf die de warmte aan de eindegebruikers levert. Zonder voldoende vraag en goede samenwerking kan een aardwarmteproject niet succesvol worden gerealiseerd.
EBN draagt in deze fase bij met financiële middelen en kennis over aardwarmte en ervaring om zo te helpen bij het maken van zorgvuldige keuzes voor de lange termijn.
Achtergrond: Handleiding vergunningen bij aardwarmteprojecten
De ontwikkeling van aardwarmteprojecten vraagt om een goede voorbereiding en kennis van een uitgebreid stelsel van wet- en regelgeving. Om overheden, initiatiefnemers en andere betrokken partijen hierbij te ondersteunen, publiceert EBN de handleiding vergunningen bij aardwarmteprojecten
Fase 3 – Realiseren
Aardwarmteboringen en productielocatie
In de realisatiefase worden plannen omgezet in concrete uitvoering. Dit is het moment waarop het boren naar aardwarmte daadwerkelijk start. Voor deze fase is de startvergunning aardwarmte nodig. Deze vergunning geeft het recht om een doublet te boren. Een doublet bestaat uit twee putten: één put pompt warm water omhoog, terwijl de andere het afgekoelde water terugbrengt in de ondergrond. Als het doublet laat zien dat de verwachte hoeveelheid warmte geleverd kan worden, wordt bovengronds de productielocatie gebouwd. Daar wordt de warmte overgedragen aan het warmtenet voor transport naar de eindgebruiker.
Veiligheid en toezicht staan in deze fase centraal. De werkzaamheden gebeuren volgens strenge regels en onder toezicht van de bevoegde instanties. Ook in deze fase draagt EBN bij met financiële middelen en kennis en ervaring om zo te helpen bij het maken van zorgvuldige keuzes voor de lange termijn.
Fase 4 – Produceren
Het winnen van aardwarmte
Na een succesvolle realisatie van het doublet en de bovengrondse locatie start de productiefase. In deze fase van een aardwarmteproject wordt daadwerkelijk aardwarmte gewonnen en geleverd aan afnemers, zoals woningen, bedrijven of kassen. Voor deze langdurige winning is de vervolgvergunning aardwarmte nodig.
De vervolgvergunning geeft toestemming om aardwarmte te winnen gedurende de looptijd die in de vergunning is vastgelegd. Tijdens de productie wordt continu gemonitord of de winning veilig en verantwoord verloopt. Een aardwarmteproject kan doorgaans tot dertig jaar duurzame warmte leveren en vormt daarmee een stabiele basis voor warmtenetten. Voor een lange levensduur is regelmatig onderhoud noodzakelijk, zowel aan de putten als aan de productievoorzieningen.
EBN blijft in deze fase betrokken als aandeelhouder en om kennis op te doen en te delen, zodat ervaringen ook bij andere aardwarmteprojecten kunnen worden toegepast.
Fase 5 – Opruimen
Putten sluiten en omgeving herstellen
Aan het einde van de levensduur van een aardwarmteproject volgt de opruimingsfase. In deze fase worden de aardwarmteputten veilig en definitief gesloten. Dit is belangrijk om risico’s voor mens en milieu te voorkomen en om de ondergrond goed te beschermen.
Na het sluiten van de putten wordt de productielocatie zoveel mogelijk teruggebracht in de oorspronkelijke staat. De omgeving wordt hersteld, zodat het gebied ook in de toekomst veilig en bruikbaar blijft. Daarmee wordt het aardwarmteproject zorgvuldig afgerond.
Zorgvuldig en veilig in elke fase
In elke fase van een aardwarmteproject staan veiligheid, transparantie en zorgvuldigheid voorop. Dankzij duidelijke vergunningen, samenwerking tussen partijen en toezicht door de overheid wordt aardwarmte verantwoord ontwikkeld en benut. Zo draagt aardwarmte bij aan een duurzame warmtevoorziening voor Nederland, nu en in de toekomst.
