Interview: Nicolien Vrisou van Eck over de vultaak van EBN voor de ondergrondse opslagen
De ontwikkelingen op de internationale energiemarkt en de veranderde geopolitieke situatie hebben grote gevolgen voor de energievoorziening én de inzet van de ondergrondse gasopslagen. Mede naar aanleiding van haar bijdrage aan de Technische Briefing van de Tweede Kamer op 13 mei, licht Nicolien Vrisou van Eck, directeur Gastransitie van EBN, in dit interview toe onder welke uitdagende omstandigheden EBN, als publiek energiebedrijf, invulling geeft aan haar vultaak. Tegelijkertijd benadrukt zij dat voor de toekomst een structurelere aanpak en meerjarig beleid nodig zijn om energiezekerheid te waarborgen.
Wat is de functie van de ondergrondse gasopslagen sinds het sluiten van het Groninger gasveld?
Sinds de sluiting van het Groninger gasveld produceert Nederland onvoldoende aardgas om in de eigen vraag te voorzien. Ongeveer driekwart van ons gasverbruik wordt geïmporteerd. Dit betekent dat we kwetsbaar zijn als er iets gebeurt in de aanvoer. Denk aan geopolitieke spanningen, sabotage van pijpleidingen en problemen met LNG-leveringen. De gasopslagen zorgen ervoor dat het gas fysiek in Nederland is en zijn onze buffer voor de winter. In de zomer gebruik je minder gas en vul je de bergingen, in de winter gebruik je de bergingen om Nederland van gas te voorzien.
Voor welk deel van de opslag is EBN verantwoordelijk?
Nederland vult zijn gasopslagen op basis van Europese regelgeving. Met een vulgraad van 74 procent, vergelijkbaar met 115 TWh, wordt aan deze verplichting voldaan. EBN heeft een vultaak van 85 Twh voor de opslagen PGI Alkmaar, Grijpskerk, Norg en Bergermeer. De overige 30 Twh komt voor rekening van de markt.
Bergermeer is de enige opslag die commercieel toegankelijk is voor meerdere partijen tegelijk; EBN kan gebruik maken van zo’n 40 procent van de opslagcapaciteit in deze berging. Norg en Grijpskerk kunnen beiden slechts gebruikt worden door één capaciteitshouder. Tot voor kort was dat GasTerra, maar dit bedrijf beëindigt haar activiteiten eind 2026. Voor Norg heeft EBN nu een capaciteitsovereenkomst met de NAM. Voor het gebruik van Grijpskerk loopt momenteel een veiling in lijn met de opdracht van de ACM.
Met de Piekgasinstallatie (PGI) in Alkmaar, goed voor 5 TWh, heeft EBN heeft een zevenjarige overeenkomst. Dit volume wordt nu als seizoensopslag gebruikt, maar zal in de toekomst, na inwerkingtreding van de Wet bestrijden energieleveringscrisis waarschijnlijk als noodvoorraad worden aangewezen. De invoering van die wet is echter vertraagd.
Is het vullen van de gasopslagen economisch rendabel?
Op dit moment is er sprake van een zogeheten negatieve spread: dat wil zeggen dat de zomerprijs hoger ligt dan de winterprijs. Daardoor is het commercieel onaantrekkelijk om gas op te slaan. Dit roept de vraag op of de markt haar aandeel van 30 TWh wel zal realiseren. Bedrijven kunnen niet worden verplicht om verliesgevende activiteiten uit te voeren. Ook voor EBN is de huidige inkoop tegen deze hoge prijzen economisch niet rendabel, vandaar dat voor deze activiteit subsidie beschikbaar is gesteld. Bij het vullen van de gasopslagen doen wij ons uiterste best om zo min mogelijk marktverstorend te werken en zo min mogelijk gebruik te maken van de subsidie. Dat vraagt zorgvuldige timing en dosering van de in- en verkoop van gas.
Hoe zit het met de 21,6 miljard euro voor EBN waarover veel wordt gesproken?
Dat zal ik uitleggen. Het bedrag van 21,6 miljard euro bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste is er een subsidie om kosten van de negatieve spread en opslag te dekken. Die kosten proberen wij natuurlijk zo laag mogelijk te houden en bedragen maximaal een miljard euro. Het uiteindelijke resultaat is sterk afhankelijk van de prijsontwikkelingen.
Daarnaast is er een lening van ruim 20 miljard euro. Deze wordt na levering van het gas terugbetaald. De lening is nodig omdat bij prijsstijgingen tussentijds garanties moeten worden gesteld aan de koper van het gas. Hiermee kan de koper, bij eventuele niet-levering om wat voor reden dan ook, alsnog gas inkopen tegen de dan geldende hogere prijs. De lening dient dus uitsluitend als risicodekking en wordt volledig teruggestort.
Gaan we de vulgraad van 74 procent halen?
Dat is moeilijk te zeggen. Het vullen vordert, maar in een laag tempo en de marktpartijen vullen niet tot nauwelijks. De negatieve spread is hierbij een belangrijke factor. Als de spread positief wordt, zal het ook voor de markt weer interessant worden om gas op te gaan slaan.
De ontwikkeling van de gasprijs hangt onder meer samen met geopolitieke ontwikkelingen, zoals de situatie rond de Straat van Hormuz. Maar ook als de Straat van Hormuz weer opengaat, betekent dat niet dat het LNG onmiddellijk beschikbaar is. Er zit een vertraging in van minimaal drie maanden voor de eerste LNG-schepen hier kunnen zijn. Tel daar de onzekerheid van het slagen van de onderhandelingen bij op, dan zit je al midden in de winter.
Ook wordt er nog niet gevuld in Grijpskerk, omdat de capaciteit nog wordt aangeboden in een veiling. Daarnaast speelt een rol dat GasTerra Norg en Grijpskerk leeg heeft opgeleverd, waardoor het vulseizoen met vrijwel lege bergingen is begonnen.
Tot slot zijn we gebonden aan een aantal praktische factoren, zoals het tempo waarin we het ingekochte gas kunnen injecteren in de verschillende opslagen. Dat tempo verschilt per type opslag op basis van specifieke technische kenmerken, zoals het aantal compressoren in een opslag. Maar ook het warme weer van de afgelopen dagen speelt een rol, daardoor konden we minder snel injecteren dan normaal gesproken. Verder verschilt de beschikbaarheid van de opslagen soms ook per dag of week, afhankelijk van bijvoorbeeld onderhoud.
Hoe zie je de rol van de marktpartijen in het geheel?
Het vullen van de gasopslagen is een gezamenlijke effort. Marktpartijen zijn voor een groot deel zelf aan zet om hun verplichtingen richting hun klanten in te vullen en eventuele leveringsrisico’s af te dekken; daarmee hebben ze dus ook een rol in het borgen van gasleveringszekerheid. Juist in de huidige, uitdagende omstandigheden is het van belang dat ook zij hun leveringsverplichtingen tijdig afdekken. Door gas op te slaan of - bijvoorbeeld - importcontracten voor fysieke levering aan te gaan.
Wat moet er op korte termijn gebeuren?
Zoals geschetst hangt het behalen van de vulgraad af van meerdere factoren. Op korte termijn is vooral duidelijkheid nodig over het gebruik van Grijpskerk.
Hoe kunnen de bergingen in de toekomst nog beter bijdragen aan het borgen van gasleveringszekerheid?
Het energiebeleid was de afgelopen jaren sterk gericht op efficiëntie en vertrouwen in de wereldmarkt. De huidige geopolitieke ontwikkelingen laten zien dat deze benadering niet langer voldoende is. We moeten rekening houden met structurele onzekerheid, grotere prijsvolatiliteit en verstoringen in de aanvoer van gas.
Dat vereist een herziening van de functie van gasopslagen en de benodigde volumes. Op dit moment is alleen Bergermeer commercieel toegankelijk; andere opslagen functioneren als seizoensopslag. Het beschikbare volume, met name in laagcalorisch gas voor huishoudens, zal op een gegeven moment groter zijn dan nog nodig is, met name vanwege de verwachte daling in de vraag naar gas als gevolg van de energietransitie.
Ter beheersing van de risico’s behorend bij de huidige onzekere geopolitieke situatie kan een deel van de ondergrondse opslagcapaciteit in worden gezet als strategische gasreserve zoals die ook voor olie wordt aangehouden. Hierbij is het aan de politiek om keuzes te maken over risicoafdekking en omvang: willen we bijvoorbeeld gedurende 3 maanden de helft van de gasimport afdekken of voor 6 maanden 75 procent?
Het aanleggen van dergelijke reserves gaat tegen aanzienlijke kosten, terwijl het moment van verkoop onzeker is; dit is voor marktpartijen veelal niet interessant. Het is daarom een publieke taak. De inzet van de reserves zal altijd op een moment van schaarste zijn, waarin de gasprijs hoog is; naar verwachting zal dit de kosten voor een groot deel dekken.
We hebben tot dusver veel gefocust op de opslagen, hoe kunnen we in de toekomst gasleveringszekerheid het best borgen?
Vooropgesteld: op de lange termijn is de transitie naar een duurzaam energiesysteem natuurlijk de belangrijkste investering in energiezekerheid. In de tussenliggende periode blijft het borgen van gasleveringszekerheid essentieel. Het is belangrijk om dat integraal te benaderen: naast opslag moeten we ook kijken naar binnenlandse productie en import. Onder de Noordzee is nog aanzienlijk gaspotentieel aanwezig. Om dat te benutten is vorig jaar een sectorakkoord gesloten. Daarmee versterken we de onderlinge samenwerking tussen alle betrokken partijen – bijvoorbeeld op het gebied van data en infrastructuur. In de praktijk zien we dat vergunningverlening en beschikbare (natuur)ruimte nog knelpunten vormen. Door een crisisaanpak te hanteren voor vergunningverlening – net zoals nu gebeurt voor netcongestie – én gerichter en minder versnipperd in te zetten op natuurontwikkeling, kan de benodigde versnelling worden gerealiseerd.
Als het gaat om import, kunnen langetermijncontracten voor fysieke gaslevering met diverse leveranciers bijdragen aan stabiliteit en zekerheid. In Nederland gebeurt dit nog nauwelijks, omdat commerciële partijen de lange termijn risico’s moeilijk kunnen dragen. Toch biedt dit juist zekerheid: het garandeert dat gas daadwerkelijk fysiek beschikbaar komt. Gezien de verwachting dat geopolitieke spanningen aanhouden, is dit ook een taak die EBN zou kunnen oppakken in het kader van gasleveringszekerheid.







