EBN publiceert twee praktische handleidingen voor aardwarmteprojecten
Welke vergunningen zijn nodig voor een aardwarmteproject? Welke regels gelden onder de Omgevingswet en de Mijnbouwwet? En hoe kunnen gemeenten de instrumenten van de Omgevingswet bijvoorbeeld inzetten om aardwarmte een plek te geven in hun beleid en ruimtelijke plannen? Om initiatiefnemers, overheden en vergunningverleners hierbij te ondersteunen, publiceert EBN twee nieuwe handleidingen voor aardwarmteprojecten.
De handleiding vergunningen bij aardwarmteprojecten biedt een overzicht van de belangrijkste vergunningen, procedures en wettelijke kaders die van toepassing zijn bij aardwarmteprojecten. Daarbij wordt zowel ingegaan op de Omgevingswet als de Mijnbouwwet en wordt het proces beschreven vanaf de verkenning van een zoekgebied tot en met de aanleg en exploitatie van een aardwarmtebron.
De handleiding instrumenten voor het faciliteren van aardwarmte richt zich op de instrumenten uit de Omgevingswet die gemeenten kunnen inzetten voor de planologische en fysieke inpassing van aardwarmte. De handleiding helpt gemeenten aardwarmte te verankeren in de omgevingsvisie, in het omgevingsplan en omschrijft hoe bijvoorbeeld de omgevingsvergunning hierbij kan worden ingezet. De Mijnbouwwet wordt beschreven waar dat nodig is om de verhouding tot de rol van de gemeente in de Omgevingswet te duidelijk te maken. Beide handleidingen sluiten op elkaar aan.
Samen aan zet
De publicaties sluiten ook aan op workshop Samen aan zet: aardwarmte en de Omgevingswet. Hier deelde EBN de lessen die zijn opgedaan met de toepassing van de nieuwe wetgeving en een handleiding over vergunningen voor SCAN-boringen. Deelnemers gaven daarbij aan behoefte te hebben aan een breder document dat niet alleen ingaat op SCAN-boringen, maar ook op het volledige vergunningentraject van aardwarmteprojecten. Deze behoefte heeft geleid tot de ontwikkeling van deze twee nieuwe handleidingen.
