Home Nieuws Vooruit door volharding: dit was de zevende Carbon Storage Dialogues

Vooruit door volharding: dit was de zevende Carbon Storage Dialogues

Nieuws

In voormalig subtropisch zwemparadijs Tropicana in Rotterdam vond donderdag 28 mei de zevende editie van de Carbon Storage Dialogues plaats. Het thema: vooruitgang door volharding (Progress through Persistence). Alleen door vol te houden, kunnen CO2-opslagprojecten écht worden gerealiseerd. Daarbij zijn er koplopers nodig die meer dan alleen hun teen in het zwembadwater durven steken, aldus CCS directeur Joost Hooghiem van EBN, die de dag opende voor zo’n 300 professionals, met een link met de locatie van het evenement. “We moeten vooruit, dat hoeft niet perfect, maar wél samen.”

Zo’n setting van een voormalig zwembad, nu de circulaire hub BlueCity, waar de temperatuur onder het glazen dak tot grote hoogte stijgt door de felle meizon, leent zich uitstekend voor allerhande vergelijkingen met de uitdagingen waar de CCS-sector voor staat. Bijvoorbeeld voor het project Porthos, waar een voormalig gasproductieplatform succesvol is omgebouwd, zodat CO2 kan worden geïnjecteerd in het leeg geproduceerde gasveld. Net zoals die compleet nieuwe functie die aan het zwembad is gegeven. Dat kan alleen door met andere ogen te kijken. En door vasthoudend te blijven geloven in het idee. 

Verschillende klimaatimpact, verschillende waardering
Dat CO2 een complex gas is, onderschrijft Joseph Stemmler van de Oxford Universiteit. In een zoektocht naar de waarde van CO2 concludeert de onderzoeker dat CO2 meer of minder impact op het klimaat kan hebben, afhankelijk van waar het vandaan komt en hoe het wordt gebruikt of wordt opgeslagen. Hij pleit daarom voor een gedifferentieerde CO2-markt, waarin dat verschil in impact goed wordt meegewogen. Speciale aandacht moet volgens Stemmler uitgaan naar CCU, omdat de waarde van het gebruik van de CO2 uitdagender vast te stellen is en daarmee ondergewaardeerd dreigt te worden. 

Porthos is first of a kind, Aramis in kielzog
Gemmeke Groot is managing director van Porthos, tot op heden het eerste CO2-transport en -opslagproject van omvang in de EU. Wat volgens Groot de belangrijkste factor is om het project door de bocht te krijgen? Is dat de techniek, het team, de businesscase of de regelgeving?  Volgens Groot is het alles, en alles tegelijk. Onlangs werd bekend dat de eerste injectie van CO2 niet eind dit jaar plaatsvindt, maar gepland staat voor een jaar later. Er blijken nog uitdagingen in het design, gecombineerd met andere onzekerheden. “Het is een ‘first of a kind’ project. Betrouwbaarheid en veiligheid staan voorop. Daarom was een nieuwe planning nodig.”  

In het kielzog van Porthos wordt voor Aramis spoedig een investeringsbeslissing genomen, naar verwachting in 2027. Bram Herfkens is Manager Asset Management & JV Manager voor Aramis vanuit EBN. Lerend uit de ervaringen bij Porthos zegt hij voor Aramis eerst een zogenoemde ‘conditional’ investeringsbeslissing te willen nemen, vooruitlopend op de daadwerkelijke. “Om zo het vertrouwen te creëren bij alle betrokken partijen en mogelijke risico’s en bottlenecks weg te nemen voor hun FID”, legt hij uit. 

Samen één waardeketen ontwikkelen
De complexiteit van zowel Porthos als in grotere mate Aramis is de hoeveelheid verschillende partners binnen het project. Groot is realistisch: “Hoewel ‘first of a kind’, zijn de afzonderlijke technieken niet per se nieuw. Het is de samensmelting ervan tot een compleet nieuwe waardeketen die dit type projecten uitdagend maakt.” Voor Porthos is de samenstelling, met vier kernpartners, nog tamelijk overzichtelijk. Aramis heeft te maken met een veelvoud aan partners. Tom Eikmans van Air Liquide vindt het tijd om de onderlinge concurrentiestrijd enigszins los te laten en het creëren van deze nieuwe waardeketen als gezamenlijke opgave te benaderen. 

De vraag naar nieuwe technologieën
Uit de zaal klinken verschillende vragen. Bijvoorbeeld of er nieuwe technologieën op het gebied van CO2-afvang en -opslag nodig zijn? Hoewel de eerste reactie terughoudend is – de veelheid aan input en deelnemers is immers al uitdagend genoeg – blijken er later op de middag hoopvolle initiatieven te worden gepitcht die nieuw licht schijnen op het thema. Zo heeft Siemens Energy decarbonisatietechnieken en installaties die uitermate geschikt zijn voor de industrie in het Rotterdamse havengebied. En SCW Systems gebruikt de vierde fase van water om reststromen om te zetten in bruikbare energie en helpt op die manier de industrie te decarboniseren. De grote installatie in Alkmaar kan rekenen op veel interesse.  

Naast de omvangrijke en bekende projecten, waar ook publieke organisaties zoals EBN en Gasunie in participeren, roeren ook steeds meer private bedrijven zich op het vlak van CO2-opslag. Een andere vraag uit de zaal is of er wel voldoende CO2-volume én voldoende emitters zijn, mochten deze private projecten allemaal tot wasdom komen. Conclusie van Eikmans, Groot en Herfkens is dat álle capaciteit nodig is. 

Zoeken naar zekerheid
Momenteel kenmerkt de marktdynamiek zich door enige voorzichtigheid. Te veel zwemmers willen maar al te graag in het diepe springen, maar kijken vooralsnog vanaf de kant van het zwembad naar elkaar. En vooral naar regelgeving die de noodzakelijke zekerheid biedt om op te bouwen. Uniper (energie), AEB Amsterdam (afvalenergie) en Lhoist (producent van kalk) zijn bedrijven met ambities om de uitstoot van CO2 verder terug te dringen, en vanwege de herkomst van de CO2 resulteert dit in koolstofverwijdering (Carbon Dioxide Removal – CDR). Uniper en Lhoist maken voor de brandstof van hun productieprocessen de overstap van fossiele naar biobrandstoffen. Cruciaal om écht in projecten te investeren, is volgens Dyonne Rietveld van Uniper Benelux wel de investeringsbeslissing die voor Aramis moet worden genomen. De ontwikkeling van stimuleringsregelingen voor de industrie gaat niet zo snel als nodig is. De timing luistert nauw. Gelukkig ervaart Rietveld dat het belang van de industrie in Nederland nadrukkelijker wordt onderschreven door de nationale overheid. Micha Hes van AEB Amsterdam roept op: “Wij staan in de startblokken, geef ons zekerheid in regelgeving en waar nodig maatwerkoplossingen.”  

Heet hangijzer blijft het ontbreken van een eenduidige beloningssystematiek voor koolstofverwijdering, ook wel negatieve emissies genoemd. Het ETS-systeem is gereguleerd, waardoor zekerheid in de markt bestaat. Het handelssysteem voor koolstofverwijdering is nog vrijwillig en daarmee volatiel. “Maar belangrijk voor de toekomst, zeker voor de komende tien tot vijftien jaar”, aldus Rietveld. 

Platform Carbon Management NL 
Om de krachten te bundelen voor de ontwikkeling van complexe waardeketens voor CO2-gebruik, -opslag en -verwijderingsprojecten, initiëren de Taskforce Negatieve Emissies en de CCU Alliantie een nieuw samenwerkingsverband dat een dag later officieel zal worden gelanceerd: het Platform Carbon Management NL. Yolande Verbeek, COO van EBN en Chair van het platform: “Dit platform moet de afzonderlijke initiatieven samenbrengen om meer kennis te genereren en samen de verschillende stukjes van de puzzel te leggen.” 

Helpende hand
Michel Heijdra, directeur-generaal Klimaat en Energie, ziet zich aan het slot van de  Carbon Storage Dialogues terug als kind in dit zwembad, volgens hem de meest geweldige plek om te zijn in de jaren tachtig en negentig. Zijn eerste voornemen het zwembad te bezoeken, strandde vroegtijdig door onvoorziene omstandigheden. Zijn parallel met de sector voor CO2-opslag: wees altijd voorbereid op tegenslag en wat er in je directe omgeving gebeurt. Toen Heijdra een paar maanden later Tropicana alsnog bezocht, ervoer hij de enorme kracht aan het einde van de glijbaan. De val onderwater was zo diep dat er altijd een helpende hand nodig was om je uit het onstuimige water te trekken. Een volgende link: ook bij het ontwikkelen van een CCS-markt is het belangrijk elkaar een helpende hand toe te steken. 

Belonen van koolstofverwijdering cruciaal
Het overheidsstandpunt is dat de afvang, het transport en de opslag van CO₂ cruciaal zijn in het decarboniseren van de industrie. Ten tweede is hij resoluut over één van de speerpunten in de Nederlandse inbreng voor de aanpassing van het ETS: daar moet koolstofverwijdering een plek in krijgen. “Alsjeblieft, geef echte waarde aan koolstofverwijdering. Dat is cruciaal om op te schalen.” Wereldwijd is de doelstelling voor koolstofverwijdering 7 tot 9 Gt in 2050, waar dat momenteel 2 Gt is. Er is meer opslagcapaciteit nodig, want met bossen red je het net. En toch ziet Heijdra dat het uitdagend blijft een investeringsbeslissing te nemen: partijen zoeken naarstig naar hun positie in het spel. Hij roept emitters nadrukkelijk op om duidelijk aan te geven wat nodig is om elkaar richting een investeringsbeslissing te brengen. En andersom aan partners in de consortia van Aramis en Porthos: luister goed naar de wensen en behoeftes uit de markt. Hij drukt alle partners realistisch op het hart: “We willen allemaal stabiel beleid, maar de wereld is niet stabiel, dus we moeten in staat zijn ons aan te passen waar nodig. En we horen graag van de industrie waar aanpassing nodig is.” 

Steun uit Brussel en van de koning
De helpende hand is er, onder andere via de SDE ++ regeling die tegenwoordig ook technieken voor CO2-afvang, -opslag en CCU waardeert. Ook uit Brussel is er steun, meldt Europarlementariër Jeannette Baljeu via een videoverbinding. Ze schetst de veranderende teneur van de afgelopen jaren: van te duur en te complex richting de eerste echte projecten die daadwerkelijk worden gerealiseerd. Nederland toont zich koploper. Baljeu kijkt uit naar het CO2 markten en infrastructuur pakket dat de Europese Commissie later dit jaar presenteert. “Voor het eerst krijgt CO2 transport en opslag een eigen Europees raamwerk. Niet verstopt in andere wetgeving, maar met erkenning voor een op zich staande markt.” Ook noemde ze de Industrial Decarbonisation Bank, als een belangrijk instrument om meer zekerheid te bieden aan de industrie om te investeren in CCS. 

En er is nóg een helpende hand. Hoewel Michel Heijdra zich bescheiden enige invloed toedicht om de CCS-markt verder te stimuleren, is er volgens hem een invloedrijkere ambassadeur voor de CO2-transport en -opslagsector: onze koning. “Onze koning was persoonlijk in Noordrijn-Westfalen bij de ondertekening van een MoU tussen Duitsland en Nederland. En binnenkort ontvangt hij de Duitse Bondspresident voor een bezoek waar ook CCS op de agenda staat. Ik ben er trots op dat wij in Nederland een Koning hebben die zich zo inzet voor energiedossiers.”  

Afsluitend
Aan het einde van de warme middag in het voormalige Rotterdamse zwemparadijs, lonkt buiten op het terras een koud drankje, een frisse bries en een verre blik op de Maas richting het havengebied, waar de voortgang in het vakgebied zichtbaar is. Het was een dag met veel concrete voorbeelden van vooruitgang, blikt CCS directeur Joost Hooghiem van EBN samenvattend terug. Morgen gaan we weer verder. Niet met grote doorbraken, of met zevenmijlslaarzen, maar gestaag en vasthoudend moedig voorwaarts. Daarbij benadrukte hij dat iedereen in de zaal hier een rol in heeft, en hield hij het publiek een spiegel voor: hoe dragen zij zelf volgende week bij aan het thema Progress through Persistence?