Op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken (EZ) hebben EBN en Gasunie een gezamenlijk advies uitgebracht over de mogelijkheden en knelpunten voor grootschalige CO2 transport en -opslag. EBN is hierbij betrokken vanwege haar kennis over de gas- en oliewinning in Nederland. Gasunie heeft vanuit haar rol als gastransporteur naar de transportaspecten gekeken . Het rapport behandelt aspecten als de tijdige beschikbaarheid van opslagcapaciteit, kosten voor CO2-opslag, rollen voor de betrokken partijen en mogelijke knelpunten in de totstandkoming van grootschalige CO2-opslag. Het advies bevat bouwstenen voor het Masterplan Transport en Opslag van CO2 van het Ministerie van EZ. Het advies betreft geen beleidskeuzes, maar brengt de mogelijkheden ten aanzien van bovengenoemde onderwerpen in kaart.
Veel gestelde vragen
-
1. Hoe is het advies tot stand gekomen?
EBN en Gasunie hebben 33 belanghebbenden in de keten van CO2 afvang en opslag (uitstoters van CO2, gastransportbedrijven, vergunninghouders van gas- en olievelden, provincies en vertegenwoordigers van regionale initiatieven) betrokken bij het advies. Zij zijn geïnterviewd over mogelijke randvoorwaarden voor CO2 transport en -opslag, knelpunten, rollen, verdienmodellen en tariefstructuren. Vervolgens hebben Gasunie en EBN deze verschillende onderdelen nader onderzocht, waarbij de nadruk lag op: kosten en hergebruik van offshore platforms, juridische knelpunten, kostenefficiënte transport- en opslagscenario’s, de organisatie en business modellen. Belangrijke aspecten als veiligheid en maatschappelijk draagvlak zijn niet geadresseerd in dit advies.
-
2. Wat is de kern van het advies?
-
Grootschalig transport en opslag van CO2 kan in Nederland op kostenefficiënte wijze worden gerealiseerd en er is voldoende opslagcapaciteit in Nederland, uitgaande van alle beschikbare gas- en olievelden. Een nadrukkelijke regie en een duidelijk kader van de overheid zijn daarbij noodzakelijk.
-
Voor het aanwijzen van definitieve opslaglocaties is gedetailleerd onderzoek nodig naar veiligheid, milieueffecten, technische aspecten en planologie per veld.
-
Het meest kostenefficiënt is om in West-Nederland op zee te beginnen en in Noord-Nederland op land. De geschatte kosten komen redelijk overeen met voorgaande studies.
-
Als ontvanger van de ETS credits en conform het principe “de vervuiler betaalt” lijkt een business model waarbij de emitter (uitstoter van CO2) de markt trekt, op dit moment het meest voor de hand liggend. De overheid dient de randvoorwaarden te scheppen, bijvoorbeeld door stimuleringsmaatregelen in de beginfase en zorg te dragen voor een degelijk wettelijk kader.
-
3. Welke aannames worden gedaan in het advies?
-
Voor het aanbod van CO2 is uitgegaan van de twee uitstootscenario’s van McKinsey: een basis en een groen scenario. In beide scenario’s bevinden de grootste CO2 bronnen zich in de regio’s West- en Noord-Nederland. Vanwege de relatief lage CO2-uitstoot in de overige regio’s, zijn deze niet meegenomen in het advies.
-
Alle lege gasvelden worden in principe geschikt geacht voor CO2 opslag, aangezien ze een bewezen capaciteit hebben om langdurig gas vast te houden. Ook geldt: elk veld is verschillend. Daarom is gedetailleerd onderzoek per veld noodzakelijk voor de daadwerkelijke selectie van velden, ook naar zaken die buiten dit advies vallen. Het gaat om technische aspecten (geschiktheid van velden, putten en locaties), veiligheid, planologie, milieueffecten en seismische activiteit (op land).
-
Beschikbaarheid van (lege) olie- en gasvelden is gebaseerd op de jaarplannen van operators voor 2009 waarin zij aangeven op welke datum zij de productie zullen beëindigen.
-
4. Waneer komt een veld in aanmerking voor opslag van CO2?
In de uiteindelijke selectie door de overheid spelen diverse factoren en criteria een rol. In dit rapport is gekeken naar:
-
De opslagcapaciteit van de gasvelden. Voor kostenefficiënte CO2 opslag moeten velden minimaal 2 miljoen ton CO2 kunnen opslaan. De velden die niet aan die eis voldoen zijn niet meegenomen.
-
De tijdige beschikbaarheid van de gasvelden. Een veld moet economisch leeg zijn om te voorkomen dat kostbaar aardgas verloren gaat door CO2 opslag.
-
Geografische ligging ten opzichte van de CO2 bron. Als de transportafstand te groot wordt, wordt afvang en opslag van CO2 te duur.
-
5. Wat kost CO2 opslag?
-
De (technische) kosten voor CO2 opslag zijn berekend op basis van algemene aannames en houden geen rekening met specifieke kenmerken van de velden. Basis voor de kostenschattingen is het rapport "Potential for CO2 storage in depleted fields on the Dutch Continental shelf - Cost estimate for offshore facilities". Kosten worden uitgedrukt in Unit Technical Costs (UTC), ofwel € per ton CO2. De opslagkosten per veld verschillen onder andere door: de keuze van injectiemethode (gasvormig of vloeibaar), aanpassingskosten van faciliteiten, (her)gebruik van putten, abandonnering van niet noodzakelijk geachte putten, en eisen voor monitoring. Met de specifieke elementen van het verdienmodel van de operator, zoals afschrijftermijnen, financieringskosten en beoogde winstmarges, is ook geen rekening gehouden.
-
De kosten voor opslag op land en op zee zijn als volgt:
-
Opslag op land (in Noord-Nederland): De kosten voor opslag van 345 Mton CO2 in het basisscenario bedragen ongeveer € 800 miljoen. In het groene scenario gaat het om 170 Mton CO2 en ruim € 450 miljoen. De gemiddelde UTC voor opslag in Noord-Nederland ligt tussen de € 2 en € 3 per ton CO2.
-
Opslag op zee (vanuit West-Nederland): De kosten voor opslag van 200 Mton CO2 in de P- en Q-blokken bedragen ruim € 1 miljard met een gemiddelde UTC van ongeveer € 5 per ton CO2. De kosten voor opslag van 750 Mton CO2 in de K- en L-blokken bedragen tenminste € 6 miljard met een UTC tussen € 8 en €13 per ton CO2. Dit verschil wordt veroorzaakt door hogere kosten voor opslag in kleine velden in de K- en L-blokken.
-
6. Wat kost CO₂ transport?
-
Ook voor het transport van CO2 geldt dat de kosten zijn berekend op basis van algemene aannames en dat ze worden uitgedrukt in Unit Technical Costs (UTC), ofwel € per ton CO2. Door sterke afhankelijkheid van aannames zijn deze transportkosten moeilijk vergelijkbaar met andere studies en wordt een nauwkeurigheid van 50% voor gasvormig transport en compressie gehanteerd, gebaseerd op specifieke transportscenario’s. De UTC wordt voor ongeveer tweederde bepaald door de kosten voor compressie (capex en opex) en éénderde door de investeringen in leidingen. Daarnaast speelt de manier van transporteren (onder lage of hoge druk) een rol. Voor de transportleidingen is in alle scenario’s aansluiting gezocht bij bestaande gastransportleidingen.
-
De kosten voor transport over land en zee zijn als volgt:
-
Transport op land (Noord-Nederland): de geschatte transportkosten voor de gewenste eindsituatie in 2050 bedragen tussen € 15 en € 20 per ton CO2.
-
Transport op zee (vanuit West-Nederland): de geschatte transportkosten bedragen € 10 tot € 20 per ton CO2
-
7. Is er nog aanvullend onderzoek nodig?
Ja. In de eerste plaats is meer gedetailleerd onderzoek per veld nodig naar technische aspecten (geschiktheid van putten en locatie), veiligheid, planologie (onder andere draagvlak), milieueffecten en seismische activiteit (op land).
Daarnaast zijn in het advies een aantal aandachtsgebieden gedefinieerd die nader onderzocht moeten worden. Dit zijn onder andere het “mottenballen” van oude productieplatforms en het onderzoeken van het potentieel van opslag in andere reservoirs dan oude gasvelden.
Algemene informatie over CO2 afvang en opslag: